Zoeken

Grenzen aan de groei 2.0

Auteur

Anton Buijs

Om minder afhankelijk te worden van fossiele brandstoffen moeten we steeds meer andere schaarse delfstoffen importeren, veelal uit dezelfde landen die ons van olie en gas voorzien. Volgens Anton Buijs is structurele hervorming van ons van overconsumptie en verspilling afhankelijke economische model de enige oplossing.

Vijftig jaar geleden verscheen het eerste rapport van de Club van Rome. Grenzen aan de groei, zoals de titel luidde, sloeg in als een bom. De kernboodschap was dat de wereld afstevende op een catastrofe. Doorgaan op de oude, op zoveel mogelijk economische groei gerichte, voet bij een almaar toenemende wereldbevolking en steeds schaarser wordende grondstoffen en ontoereikende voedselvoorziening zou zonder harde ingrepen binnen enkele decennia uitdraaien op een megacrisis, met onder meer grootschalige armoede en hongersnood tot gevolg.

Het onderscheidende van het rapport was niet zozeer de apocalyptische toon. De Britse econoom, demograaf én predikant Thomas Malthus had in de 19de eeuw al gewaarschuwd voor wat later de Malthusiaanse catastrofe genoemd zou worden: Een bij de bevolkingsgroei achterblijvende groei van beschikbare middelen. Wel uniek aan Grenzen aan de groei was het gebruik van een computermodel om toekomstige ontwikkelingen in kaart te brengen. Het ontzag voor de computer was destijds nog zo groot dat de prognoses in Grenzen aan de groei door velen als niet te weerleggen toekomstvoorspellingen werden gezien. De oliecrisis die een jaar na de publicatie van het rapport uitbrak, gold in die visie als een voorbode van wat de mensheid nog aan rampspoed te wachten stond.

“Niet vreemd dus dat het werk van de Club van Rome achteraf heftig is bekritiseerd”

Zoals we nu weten is het anders gelopen. Door nieuwe ontdekkingen, een gunstig investeringsklimaat en technologische doorbraken nam de hoeveelheid commercieel winbare grond- en brandstoffen, evenals de wereldvoedselproductie, niet af maar toe. Gevolg: Het bleek mogelijk om een steeds groter deel van de inderdaad snel groeiende wereldbevolking te voeden en, afgezien van een aantal conjuncturele dips, de economie jaar na jaar te laten groeien, waarbij vooral ontwikkelingslanden structureel dubbele groeicijfers konden lieten zien. Parallel hieraan nam wereldwijd de armoede af, stierven steeds minder mensen van de honger en ging het, als we klimaatverandering buiten beschouwing laten, met het milieu ook steeds beter.

Niet vreemd dus dat het werk van de Club van Rome achteraf heftig is bekritiseerd. Belangrijkste kritiekpunt was dat in Grenzen aan de groei niet of nauwelijks rekening is gehouden met het menselijke vermogen tot adaptatie en innovatie. De auteurs waren als het ware in de Malthusiaanse kuil gevallen die zij zelf hadden gegraven. Want ook Thomas Malthus voorzag niet dat de voedselproductie per capita dankzij betere landbouwtechnieken sneller zou stijgen dan de bevolking zou groeien.

“Helaas kunnen wij, als we onze klimaatambities willen waarmaken, niet zonder de betreffende mineralen”

Mogen we Grenzen aan de groei dus bijzetten bij al die andere doemprofetieën die het geestelijk welzijn van de mensheid sinds het ontstaan van de eerste beschavingen hebben geteisterd? Allerminst, zou ik zeggen, want de inhoud is actueler dan ooit, ook al zijn de omstandigheden ingrijpend veranderd. De kernboodschap, dat we niet eindeloos kunnen doorgaan met groeien, is overeind gebleven. Het verschil met de analyse van de jaren ‘70 is echter dat niet de beschikbaarheid van brand- en grondstoffen – er zit bij gelijkblijvende groei voorlopig nog genoeg in de grond – maar mondiale ontwikkelingen een zware hypotheek leggen op de toekomst. Ten eerste hebben we het dan uiteraard over versnelde klimaatverandering, die ironisch genoeg in belangrijke mate wordt aangejaagd door de zo begeerde welvaartsverhoging in ontwikkelingslanden, maar geopolitieke ontwikkelingen en conflicten zijn een goede tweede.

Om met dat laatste te beginnen: Zoals bekend bevinden de grootste voorraden olie- en aardgas zich in dictatoriaal geregeerde staten die de rijkdom aan bodemschatten met voorrang gebruiken om een kleine bovenlaag van kleptocraten te verrijken, als het zo uitkomt afnemers te chanteren en – in het geval van Rusland – de imperiale ambities van een alleenheerser te financieren. Op zich is dit al reden genoeg om de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen in hoog tempo te verminderen en zo de transitie naar een fossielvrije energie-economie drastisch te versnellen. Hier doemt echter een ander probleem op. De grondstoffen die de wereld nodig heeft voor de energietransitie, worden grotendeels geleverd door dezelfde landen waarvan we fossiele brandstoffen betrekken, aangevuld met grootleverancier China en een reeks van veelal instabiele Latijns-Amerikaanse en Afrikaanse landen. In de Europese bodem bevinden zich weliswaar ook voorraden, maar de bevolking rond de vindplaatsen verzet zich tegen grootschalige mijnbouw in hun achtertuin.

Helaas kunnen wij, als we onze klimaatambities willen waarmaken, niet zonder de betreffende mineralen. Geen halfgeleiders zonder wolfraam en goud, geen accu’s zonder lithium, geen groene waterstof zonder palladium en iridium, enzovoort. Volgens een berekening van onder andere de Europese Commissie zal alleen al door elektrificatie de vraag naar die metalen minimaal verviervoudigen. De omstandigheden waaronder deze grondstoffen worden gewonnen, zijn tot overmaat van ramp vaak hemeltergend slecht. Arbeiders, onder wie veel kinderen, verrichten het zware werk tegen een hongerloon; aandacht voor milieu- en gezondheidsschade bij het delven is er niet of nauwelijks.

“Het plunderen van onze planeet voor een op overconsumptie en verspilling gebaseerde levensstijl is uiteindelijk onhoudbaar”

Terug naar de Club van Rome. De belangrijkste conclusie die je aan Grenzen aan de groei en een reeks van vervolgstudies kunt verbinden, is dat het plunderen van onze planeet voor een op overconsumptie en verspilling gebaseerde levensstijl, uiteindelijk onhoudbaar is. Die gevolgtrekking staat zoals gezegd 50 jaar na dato nog steeds als een huis. Helaas zijn we verslaafd aan economische groei. Langdurig lage of zelfs negatieve groei leidt per definitie tot gevreesde effecten zoals een inzakkende vraag naar producten en diensten, faillissementen, hogere werkloosheid, bezuinigingen op collectieve en culturele voorzieningen en ga zo maar door. Gekozen bestuurders die dat op de koop toe durven te nemen met een beroep op de belangen van de generaties die na ons komen, hoeven niet op begrip van een kiezersmeerderheid te rekenen.

Toch moeten we een manier vinden om de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen en andere grondstoffen te verminderen, ambitieuze klimaatdoelstellingen te realiseren en dit alles te verenigen met de gerechtvaardigde sociaaleconomische belangen van miljarden mensen die nog in armoede leven. Gaat dit zonder drastische hervorming van ons economisch groeimodel, met kritischer consumptiegedrag, (veel) minder verspilling, (veel) meer energie-efficiëntie, grootschalig hergebruik van verwerkte grondstoffen, innovatieve recycling-technologie en een andere minder op efficiëntie en meer op leveringszekerheid gerichte organisatie van bevoorradingsketens?

De vraag stellen is hem beantwoorden.

Anton Buijs

Anton Buijs is oud-manager communicatie en public affairs van GasTerra en medeoprichter van Energiepodium. Zie ook https://www.linkedin.com/in/an...