---
title: Marktmodel elektriciteitsvoorziening groeiend probleem
date: 2014-10-02T01:24:44+02:00
author: adminsw
canonical_url: "https://energiepodium.nl/artikel/marktmodel-elektriciteitsvoorziening-groeiend-probleem"
section: Artikelen (oud)
---
02-10-2014Het Energieakkoord mikt op een sterke groei van zon en wind in de komende jaren. De ambitie is om door te groeien naar ongeveer 10.000 MW wind, ongeveer een kwart van de totale stroomproductie en 4.000 MW zon, ongeveer 4% van de stroomproductie. We zien in Duitsland dat deze ontwikkeling leidt tot stijgende kosten voor stroom, terwijl tegelijkertijd de prijs daalt. Bovendien zijn er groeiende zorgen over de betrouwbaarheid van het systeem. Hoe houdbaar is het huidige marktmodel en is het verenigbaar is met de duurzame energieambities?  
  
In zijn bijdrage aan de essaybundel ter gelegenheid van het 40-jarig bestaan van de Bezinningsgroep Energie schetst Pieter Boot de ontwikkelingen. In ons buurland is de groothandelsprijs gedaald van 60 euro per MWh begin 2011 naar 50 euro medio 2012 en iets meer dan 35 euro medio 2013. De belangrijkste reden van deze daling is dat stroom uit zon en wind niet reguleerbaar is en daarmee in zekere zin gratis.

Tegelijkertijd wordt, aldus Boot, het hele systeem duurder, zonder dat dat zichtbaar is. Als we kijken naar wind worden de extra systeemkosten per MWh tot 15% wind in de brandstofmix heel globaal geschat op 10 euro, bij een aandeel van 15-25% 20-30 euro en bij meer dan 25% wellicht meer dan 45 euro - te vergelijken met mogelijke productiekosten van windenergie op land in de ordegrootte van 60 euro. Er komt dus al snel de helft bij. Het grootste deel van die kosten zit in de netten of netverzwaringen die nodig zijn, een ander deel in de back-up capaciteit die aanwezig moet zijn als het niet waait. De cijfers voor zon zullen eerder hoger zijn dan lager.  
  
Een markt, waarin de kosten van het product steeds hoger worden, terwijl de prijs daalt functioneert niet goed. De markt werkt alleen omdat de meerkosten in toenemende mate sociaal worden betaald. Daarbij gaat het in Nederland vooralsnog om subsidies voor zon en wind, de salderingsregeling voor kleinverbruikers van zon en de kosten van de netwerkbedrijven. We zien in Engeland dat inmiddels ook kerncentrales financieel worden gesteund en gascentrales een capaciteitsvergoeding krijgen. Een dergelijke capaciteitsvergoeding is ook in Duitsland aan de orde. De grote elektriciteitsbedrijven zetten uit economische overwegingen stap voor stap centrales in de mottenballen en bouwen zo de druk op om ook kolencentrales een capaciteitsvergoeding te geven. > ““Marktmodel elektriciteitsvoorziening groeiend probleem””

Er is groeiende consensus dat voor een goed functionerende markt de groei van zon en wind moet worden gecombineerd met versterking van de netten, een betere koppeling van de vraag aan het aanbod, veel grotere mogelijkheden om stroom op te slaan en integratie van de stroomvoorziening met de transportsector (met name via de opslag van stroom in auto-accu's) en de warmtevraag (met name via warmte/koude-opslag).  
  
Als we kijken naar wind is het de vraag of de 10.000 MW wind er gaat komen zonder wijzigingen in het marktmodel. De windproducent ontvangt naar verwachting nog minder dan de dalende groothandelsprijs, want als het waait draaien alle turbines op hetzelfde moment, en dat is niet altijd wanneer de vraag hoog is. Met elk nieuw windpark neemt het rendement van wind iets af. De regering zet sterk in op de financiering van windparken door pensioenfondsen, maar de eerste indicatie dat er mogelijk problemen kunnen ontstaan is de opstelling van het grootste pensioenfonds ABP. Deze heeft besloten af te zien van investeringen in windparken vanwege de financiële onzekerheden op lange termijn.  
  
De financiering van windprojecten kan voor een deel worden aangepakt door zogeheten power purchase agreements. Het positieve voorbeeld hiervan is de recente overeenkomst tussen de NS en Eneco: de NS, goed voor ongeveer 1% van het nationale stroomverbruik, geeft Eneco de komende tien jaar een vaste prijs voor de levering van stroom uit bestaande en nieuwe windparken. Dankzij dit contract kan Eneco in nieuwe windparken investeren.  
  
De salderingsregeling voor zonne-energie voor kleinverbruikers is op zichzelf een zeer aantrekkelijke regeling en kan ertoe leiden dat doelstelling 4.000 MW zon in 2020 ruimschoots wordt gehaald. Door de hoogte van de vergoeding vormt deze regeling ook een stimulans om zowel in de nieuwbouw als in de bestaande bouw zogenaamde ‘nul op de meter' woningen te realiseren: goed geïsoleerde woningen met warmtepompen en zonnepanelen voor zowel de vraag naar stroom als naar warmte. Het strategisch belang hiervan is groot. Het is verreweg de belangrijkste optie in [het PBL-rapport ‘Op weg naar een klimaatneutrale woningvoorraad in 2050'](http://www.pbl.nl/publicaties/op-weg-naar-een-klimaatneutrale-woningvoorraad-in-2050), dat in nauw overleg met Binnenlandse Zaken is opgesteld. Het rapport mikt op een aandeel van zonne-energie van liefst 50.000 MW in 2050! In de aanvullende studie van PBL en KEMA naar het potentieel van zonnestroom in de gebouwde omgeving wordt de bijdrage vanwege inpassingsproblemen overigens teruggebracht tot 10.000 MW zonder en ruim 20.000 MW met grote aanpassingen in het systeem. Vanwege het systeemkarakter van de elektriciteitsvoorziening zijn andere opties als groen gas, restwarmte en warmte/koude opslag in de werkelijkheid mogelijk veel belangrijker.  
  
De groei van zon en wind kan de komende jaren naar verwachting doorzetten, maar het fundamentele probleem van het huidige markmodel, de Power Purchase Agreements en de salderingsregeling is dat het korte termijnoplossingen zijn, die remmend werken op de koppeling van vraag en aanbod, de opslag van stroom en de noodzakelijke koppeling van de stroomvoorziening aan het transport en de warmtevraag. De keuze die nu in feite wordt gemaakt dat we wel zien waar het schip strandt lijkt me onverstandig. Zinvoller is het om een visie te ontwikkelen op het marktmodel van de toekomst en op korte termijn in het kader van de STROOM-agenda de twee volgende punten op te pakken:

- Uitbreiding van de toegang tot het niveau van de onbalansmarkt. De onbalansmarkt zou ook toegankelijk moeten worden voor collectieven van kleinere duurzame producenten en partijen die hun vraag kunnen aanpassen. Uitbreiding is mogelijk naar zowel het lokale als naar het internationale niveau.
- De rol van de netbedrijven. In de nieuwe STROOM-agenda wordt de rol van de netbedrijven zeer ingeperkt. Het is de vraag of dit terecht is, gezien de noodzaak tot een forse verhoging van het tempo voor energiebesparing en het toenemende belang van de netkosten bij nieuwe investeringen.

Tot slot, een hoge CO2-prijs in de orde van 50 euro of meer zou enorm kunnen helpen om te voorkomen dat de groeiende kosten van stroom via de overheid worden betaald. Op dit moment is echter niet te verwachten dat een dergelijke prijs er voor 2030 komt. Dat maken diverse bijdragen aan de eerder genoemde essaybundel duidelijk.  
  
*Sible Schöne is programmadirecteur HIER Klimaatbureau*
