Zoeken

Verduurzaming van woningen: over de verhouding tussen het goede en het betere

Auteur

Pieter Boot

Pieter Boot geeft antwoord op de vraag hoe ver we eigenlijk zijn met de verduurzaming van woningen.

Net zoals in de andere sectoren is de transitieopgave in de gebouwde omgeving een immense klus. Weliswaar is die opgave tot 2030 in omvang geringer dan in industrie of elektriciteitsproductie, maar ze raakt veel meer mensen. Ook is, anders dan in het vervoer, niet op het eerste gezicht helder wat nu precies onze aardgas gestookte cv-ketel moet vervangen. Dat is ook overal anders. Het Sociaal Cultureel Planbureau laat in een reeks studies zien dat veel burgers onzeker zijn over de energietransitie, waardoor ze minder snel in actie komen. Men heeft zorgen over kosten en ongelijkheid. Gemeenten zien zich voor moeilijke keuzes geplaatst en dan is het vaak gemakkelijker deze vooruit te schuiven. En omdat het betere vaak iets anders is dan het goede, lijkt er soms van een impasse sprake. Kortom, hoe ver zijn we eigenlijk met de verduurzaming van woningen?

“We moeten ons nationale besparingsbeleid drastisch intensiveren”

Om te beginnen de techniek. Het is een feit dat bij huidige prijzen – en Nederland heeft voor kleinverbruikers al de hoogste energiebelasting op aardgas in Europa – alternatieve vormen van verwarming vrijwel altijd duurder zijn dan het vertrouwde gas. Tegelijk daalt het gasverbruik in huishoudens in meerjarig perspectief continu. Het aardgasverbruik in huishoudens is de afgelopen 20 jaar met een kwart gedaald, schreven we in de laatste Klimaat- en Energieverkenning, hoewel het aantal woningen in diezelfde tijd met 17% toenam. En die trend gaat gewoon door. In 2030 gebruikt een met aardgas verwarmde woning nog maar 1000 kuub. Dus er gebeurt best wel wat, maar aardgas in huizen is na 60 jaar makkelijk, niet heel duur en voelt schoon. Wat moet je daarmee? Ik denk dat het weinig zin heeft daar een frontale strijd mee aan te gaan. Beter is het mensen in huizen met slechte labels – meer dan 4 miljoen woningen hebben een label slechter dan D – te helpen daar iets aan te doen. Dat zijn vaak mensen met lage inkomens – soms in huurwoningen, maar ook vaak in eigen woningen – die geen geld hebben daar zwaar in te investeren of die anderszins zich daartoe niet in staat voelen – bijvoorbeeld omdat ze op leeftijd zijn. Ook lijkt het zinvol veel sterker in te zetten op overstap op de hybride warmtepomp. Die is in Nederland vrij nieuw, niet volmaakt, maar wordt bij massalere toepassing natuurlijk wel goedkoper – en hij bespaart de helft gas. Over 15 jaar is-ie versleten, maar dan zijn er ongetwijfeld nieuwe mogelijkheden. Actie die veel meer gericht is op de slechtste huizen en op mensen met lage inkomens heeft nog een voordeel: Het sluit goed aan op het nieuwe beleid vanuit Europa. In de voorstellen die de Europese Commissie in juli presenteerde, krijgt Nederland drie opdrachten: We moeten de emissies in de gebouwde omgeving, mobiliteit en landbouw sterker reduceren. We moeten ons nationale besparingsbeleid drastisch intensiveren. En we moeten dat doen op een manier die recht doet aan een breed gevoelde noodzaak tot rechtvaardigheid.

De tekst loopt hieronder door.

“Creatieve tussenstappen zetten is verstandiger dan je blindstaren op het ideale eindbeeld.”

Want er is meer dan techniek. Ook kosten en wie die betaalt, spelen een belangrijke rol in de keuzes die gemaakt moeten worden. Gemeenten moeten hun transitievisies maken. Ze doen dat in een omgeving met veel onzekerheid. Veel alternatieven van aardgas zijn duurder, maar wat is het minst duur? Dat verschilt natuurlijk van plaats tot plaats. Maar er zijn wel een paar lijnen te trekken. De eerste noemde ik hierboven al: Isolatie tot label D is veel goedkoper dan tot een eerdere letter in het alfabet en de ingreep in het huis is eenvoudiger. Hybride warmtepompen zijn vaak te betalen. In veel gemeenten zijn warmtenetten populair, maar ook die zijn er in verschillende soorten en maten. Punt is wel dat de business case doorgaans niet eenvoudig rendabel is te krijgen. Hier lijkt het goede vaak verdrongen door een diepe wens tot het betere. Warmtenetten vullen met restwarmte uit de industrie mag dan niet, omdat die er over 30 jaar wellicht niet meer is, zo is een veel gehoorde gedachte. Ook daar past een kanttekening bij. In Denemarken en Zweden begon men met warmtenetten gevoed door kolen en olie, en ze floreren nog steeds, nu gevoed door afval en biomassa. Dus als een net er eenmaal ligt, is er vaak ruimte op termijn een andere bron te kiezen. En op veel plekken is de aanleg van een warmtenet gewoon relatief duur. Overstappen op een volledig elektrische warmtevoorziening is - afgezien van nieuwbouw - ook vaak duur. Dan rest de vraag of schone gassen een oplossing kunnen bieden. De narigheid is dat we dat niet weten. Er is best wel enige ruimte voor meer biogas in Nederland – dat neemt nu maar weinig toe. De meeste studies gaan er vanuit dat schone waterstof vooral van toepassing zal zijn in sectoren die geen alternatieven hebben, zoals zeescheepvaart en hoge temperaturen in de industrie. Maar als we hier hard aan werken, is er wellicht ook nog wel plaats voor toepassing in de gebouwde omgeving. Soms is het beter om grootschalig te beginnen met dat wat altijd nuttig is en een langetermijnoplossing niet in de weg zit. Creatieve tussenstappen zetten is verstandiger dan je blindstaren op het ideale eindbeeld.

“De helft van de ondervraagde mensen voelt zich persoonlijk verantwoordelijk voor klimaatverandering”

Veel mensen willen graag een bijdrage leveren aan de transitie. Dat laat een reeks prachtige studies van het SCP zien. Driekwart van de mensen wil zuiniger omgaan met energie en overschakelen naar duurzame energie. Men snapt de doelen, maar is door onzekerheid afwachtend. Die onzekerheid is breed: Draagt ons nationale handelen nu echt bij aan het oplossen van het mondiale probleem, nemen de partijen die men het meest verantwoordelijk acht – overheid en grote bedrijven – wel voldoende actie? Vooral over de handelingsbereidheid van grote bedrijven zijn veel mensen sceptisch – en waarom zou je dan zelf iets doen? De helft van de ondervraagde mensen voelt zich persoonlijk verantwoordelijk voor klimaatverandering, een kwart van de mensen niet. Burgers zijn dus verdeeld, een meerderheid wil echt wel wat doen, als men maar het gevoel heeft dat iedereen naar vermogen bijdraagt en ze niet overvraagd worden. Mensen zijn ook heel reëel in dit soort onderzoeken: De meeste mensen denken dat de natuur en het milieu beter zullen worden van klimaatbeleid en realiseren zich dat daar óók voor henzelf een prijskaartje aan hangt. Dat is in veel gevallen gewoon waar. Dan kunnen we wel roepen dat alles ‘win – win’ moet zijn, maar wellicht is dat vaak helemaal niet mogelijk. Maar ook dan is wonen in een redelijk geïsoleerd huis fijner dan in een huis dat aan alle kanten tocht. Ook zijn er allerlei manieren om mensen met laagste inkomens te helpen en te ontzorgen. Door goed inkomensbeleid, ruimte geven aan woningcorporaties, het recente voorstel van enkele politieke partijen om vouchers te geven aan mensen die dat nodig hebben – en dat is dus niet iedereen. Misschien is het onvermijdelijk de belasting op aardgas verder te verhogen, maar dan kan de belastingvermindering die formeel via de elektriciteitsaansluiting loopt wellicht ook verder omhoog en worden velen die nog geen alternatieve warmtebron hebben ontzien en betalen degenen in grote huizen. Overtrokken verwachtingen dat we zonder slag of stoot van het aardgas af komen lijken me gepasseerd. Streven naar perfectie is onverstandig. Maar een impasse is onnodig.

Pieter Boot

Pieter Boot is hoofd sector Klimaat, Lucht en Energie bij het Planbureau voor de Leefomgeving