---
title: "Harry Talen, CEO ENGIE Nederland: ‘Je kunt de sector niet jarenlang laten wachten op duidelijkheid’"
date: 2026-06-05T10:00:00+02:00
author: energiepodium
canonical_url: "https://energiepodium.nl/item/harry-talen-ceo-engie-nederland-je-kunt-de-sector-niet-jarenlang-laten-wachten-op-duidelijkheid"
section: Items
---
## Metadata

- **Type**: Interview
- **Datum**: 05-06-2026
- **Thema’s**: Beleid &amp; Markt, Transitie &amp; Klimaat
- **Tags**: [Captains of Energy](https://energiepodium.nl/tags/captains-of-energy), [Energietransitie](https://energiepodium.nl/tags/energietransitie), [Industrie](https://energiepodium.nl/tags/industrie), [Marktordening](https://energiepodium.nl/tags/markordening), [Innovatie](https://energiepodium.nl/tags/innovatie)
- **Auteur(s)**: Noud Köper

## Inhoud

![Energiepodium hoofdafbeedling 4](https://energiepodium.nl/assets/img/photos/Energiepodium-hoofdafbeedling-4.png)

<p><strong>In de nieuwe serie Captains of Energy interviewt Energiepodium de huidige generatie leiders in de energiesector. Wat drijft hen, hoe staat de markt ervoor en wat moet er gebeuren om de energietransitie tot een succes te maken? In deel één: Harry Talen, CEO van ENGIE Nederland. Zestien jaar geleden ging hij als trainee aan de slag bij het toenmalige Electrabel, de voorloper van ENGIE Nederland. Inmiddels is hij CEO van – naar eigen zeggen – niet het grootste, maar wel het meest complete energiebedrijf van het land. Belangrijke aandachtspunten voor hem zijn offshore wind, batterijentechnologie en de bouw van nieuwe gascentrales. Niet als stap terug, zegt Talen, maar als noodzakelijke voorwaarde voor een energiesysteem dat steeds afhankelijker wordt van zon en wind.</strong></p>
<p>“De nieuwste centrale in Nederland is op dit moment de Maxima-centrale, en die is alweer bijna twintig jaar oud. We zitten al over de helft van de levensduur van de nieuwste centrales. Als we verder vooruitkijken, zullen er dus nieuwe centrales in Nederland moeten worden gebouwd. Wat de landen om ons heen op dit moment al doen en voorbereiden, zullen we in Nederland ook moeten doen. We hebben over vijftien jaar nog steeds flexibele centrales nodig die de back-up voorziening zijn van wind en zon. Dan is gas de meest voor de hand liggende brandstof, maar wel met een heel duidelijke doelstelling: dat ook die centrales op termijn CO₂-vrij moeten zijn.”</p><p>Talen weet waarover hij spreekt: de techniek achter elektriciteitscentrales zit hem in het bloed. Al van kleins af aan vond de boerenzoon uit Staphorst de techniek op de boerderij interessanter dan het boerenbedrijf zelf. Machines, installaties, processen: daar lag zijn nieuwsgierigheid. Zijn eerste werkdag in 2009 staat hem nog helder voor de geest. Hij begon op de centrale in Nijmegen, destijds nog een kolencentrale. Hij liep het terrein op, zag de lopende banden, de schoorstenen, de installaties, hoorde het lawaai en vroeg zich af hoe hij ooit zou begrijpen hoe zo’n centrale werkte. Hij ging in Nijmegen wonen, werkte in ploegendiensten en fietste in zijn vrije tijd naar de centrale om met tekeningen en handboeken door de installatie te lopen.</p><p>“Vooral die grootsheid maakte indruk. Je loopt zo’n centraleterrein op en ziet wat er allemaal nodig is om energie te maken. In het begin dacht ik: hoe ga ik in godsnaam leren hoe dit werkt? Maar juist dat triggerde mij. Ik wilde het begrijpen. Ik heb in ploegendienst gewerkt, ook ’s nachts en in weekenden, en daarnaast liep ik in mijn vrije tijd met tekeningen door de centrale om te zien hoe alles werkte. Ik keek op de simulator hoe dingen efficiënter konden, spitte handboeken door en dook in de processen. Dat is ook wat ik mooi vind aan ENGIE: je krijgt de kans om te leren waar het werkelijk om gaat.”</p>

> ‘We moeten onze strategie en ons beleid niet elke maand aanpassen aan de laatste crisis’


### Politieke realiteit<p><strong>Politieke realiteit</strong></p><p>Hoe typeert hij ENGIE Nederland? “Wij zijn niet de grootste in productie, niet de grootste in sales en ook niet overal nummer één. Maar we zijn wel actief en relevant op elk vakgebied waarop we zitten. We hebben gascentrales, wind, zon, batterijen, biogasproductie, B2B- en B2C-klanten en een grote tradingorganisatie. Daardoor hebben we een mooie balans tussen productie en afname, tussen elektronen en moleculen. We produceren ongeveer evenveel als we leveren en kunnen risico’s over de hele keten goed afdekken. Met 800 medewerkers in Nederland zijn we bovendien compact genoeg om elkaar te kennen, maar groot genoeg om grote investeringen te kunnen doen en impact te hebben richting overheid en brancheorganisaties.”</p><p>ENGIE Nederland is onderdeel van een Frans concern, maar Talen ziet het bedrijf niet als filiaal van Parijs. Binnen de onderneming geldt het motto: <i>think global, act local</i>. “De groep biedt schaal, kennis en inkoopkracht. Batterijen koop je niet per land in, maar op internationale schaal. Offshore wind vraagt specialistische teams en wereldwijde ervaring. Maar de strategie moet lokaal worden ingevuld, omdat elk land zijn eigen markt, regelgeving, klanten en politieke realiteit heeft.”</p><figure class="image"><img style="aspect-ratio:2362/3543;" src="https://energiepodium.nl/assets/img/photos/harry-2.jpg" width="2362" height="3543" alt="" /></figure>


### Waan van de dag<p><strong>Waan van de dag</strong></p><p>Door de oorlog met Iran en stijgende brandstofprijzen zijn er zorgen over een wereldwijde energiecrisis. Toch is er volgens Talen geen reden tot paniek. “In meer dan vijftien jaar energiesector heb ik geleerd dat het een kwestie van lange adem is. We laten ons soms te veel leiden door de waan van de dag. Natuurlijk is betaalbaarheid voor klanten nu belangrijk en natuurlijk moeten we reageren op geopolitieke ontwikkelingen. Maar we moeten onze strategie en ons beleid niet elke maand aanpassen aan de laatste crisis. Juist wat er nu in de wereld gebeurt, laat zien dat we koersvast moeten blijven, met een heldere blik op de lange termijn.”</p><p>Die visie bestaat voor Talen uit drie elementen: leveringszekerheid, betaalbaarheid en duurzaamheid. De kunst is niet een van die drie heilig te verklaren, maar ze steeds opnieuw in balans te brengen. De oorlog in Oekraïne, de energiecrisis en de stijgende prijzen hebben volgens hem juist laten zien hoe kwetsbaar Nederland blijft zolang het afhankelijk is van fossiele brandstoffen waarvan de prijs elders wordt bepaald.</p><p>“Duurzame energie is dus niet alleen klimaatbeleid, maar ook geopolitiek beleid. Offshore wind op de Noordzee maakt Nederland minder afhankelijk van internationale gasmarkten. Biogas kan een deel van het aardgas vervangen. Batterijen kunnen het systeem efficiënter maken. Maar niets daarvan gebeurt vanzelf.”</p>


### Mislukte tender<p><strong>Mislukte tender</strong></p><p>Hij ziet kansen om het Nederlandse aandeel offshore wind te laten groeien. Dat klinkt logisch, maar de praktijk is weerbarstig. De laatste Nederlandse tender leverde geen biedingen op. ENGIE had vooraf al gewaarschuwd dat de voorwaarden niet zouden werken. De kosten voor de bouw en het onderhoud van windparken waren sterk gestegen, terwijl de tender extra verplichtingen bevatte rond ecologie, innovatie en betalingen voor zeegrond. Het resultaat: geen sluitende businesscase.</p><p>Volgens Talen heeft het ministerie inmiddels beter geluisterd naar de sector. Hij is positief over de beweging richting <i>contracts for difference</i>, waarbij de overheid een minimumprijs garandeert als elektriciteitsprijzen laag zijn, maar producenten ook afromen als de prijzen hoog zijn.</p><p>“Een <i>contract for difference</i> is voor mij echt de weg vooruit. Het is het beste van twee werelden. Als de energieprijzen hoog zijn en je veel inkomsten hebt met je windpark, dan stort je een deel daarvan terug in de staatskas. Het is dus niet zo dat de belastingbetaler een windproducent blind sponsort. Maar als de elektriciteitsprijzen heel laag zijn en je je investering niet kunt terugverdienen, is er een vangnet. Die minimale dekking maakt het mogelijk om een businesscase te bouwen. En via de tender wint nog steeds de meest efficiënte partij.”</p><p>Nederland heeft weinig alternatieven, aldus Talen. “Waterkracht is er niet. Zon is al sterk gegroeid en produceert vaak juist op momenten dat er al een overschot is. Wind op land blijft maatschappelijk lastig in een dichtbevolkt land. Dan blijft de Noordzee over. Maar ook daar geldt: je kunt de sector niet jarenlang laten wachten op duidelijkheid. Eén mislukte tender is te overzien; drie jaar stilstand zou een ander verhaal zijn. Dan verdwijnt de aandacht van internationale spelers naar landen waar de randvoorwaarden wel kloppen.”</p>

> ‘Als je batterijen belast alsof ze gewone verbruikers zijn, terwijl ze een systeemfunctie vervullen, maak je een oplossing onnodig duur’


### Batterijen als parkeerplek<p><strong>Batterijen als parkeerplek</strong></p><p>Nog scherper wordt Talen als het over batterijen gaat. ENGIE nam in Lelystad de grootste batterij van Nederland in gebruik, met een vermogen van 35 megawatt. Dat klinkt indrukwekkend, totdat Talen naar België wijst. In een veel kleinere energiemarkt heeft ENGIE daar inmiddels al honderden megawatts aan batterijen gebouwd.</p><p>Het verschil zit volgens hem niet in de behoefte. Integendeel: juist Nederland heeft batterijen hard nodig. We hebben veel zon en wind, nauwelijks waterkracht, beperkte kernenergie en kolencentrales die verdwijnen. Batterijen kunnen overschotten opslaan, prijspieken dempen en negatieve prijzen voorkomen. Toch is Nederland volgens Talen het duurste land van Europa om batterijen te bouwen, vooral door de nettarieven.</p><p>“Batterijen worden in Nederland voor de nettarieven behandeld als energieverbruikers, waarvoor hoge tarieven gelden. Maar niemand bouwt een batterij om energie te verbruiken. Een batterij is een parkeerplek. Je slaat elektriciteit op wanneer er een overschot is en geeft die terug wanneer er een tekort is. Natuurlijk is er een beetje energieverlies, en daar kun je over praten. Maar als je batterijen belast alsof ze gewone verbruikers zijn, terwijl ze juist een systeemfunctie vervullen, maak je een oplossing onnodig duur. In België worden batterijen tien jaar vrijgesteld van nettarieven, omdat ze worden gezien als onderdeel van de oplossing voor congestie en netproblemen.”</p><p>Hij vergelijkt het met de Deltawerken. “Die zijn ook niet in tien jaar doorbelast aan de inwoners van Zeeland. Sommige investeringen zijn zo fundamenteel dat je ze over langere tijd of via algemene middelen moet dragen. Wij zien dat landen om ons heen investeringen in infrastructuur veel meer behandelen als fundamentele investeringen voor de toekomst. In Nederland proberen we de kosten direct door te leggen naar consumenten en bedrijven. Maar als je daardoor batterijen, elektrificatie en industriële verduurzaming afremt, krijg je een steeds kleinere groep gebruikers die een steeds hogere rekening moet betalen. Dan wordt vergroening geen groei, maar krimp. Terwijl we juist moeten zorgen dat meer partijen elektrificeren, meer groene stroom gebruiken en meer flexibiliteit in het systeem brengen. Alleen dan blijft het betaalbaar.”</p><figure class="image"><img style="aspect-ratio:1080/1350;" src="https://energiepodium.nl/assets/img/photos/Energiepodium-hoofdafbeedling.png" width="1080" height="1350" alt="" /></figure>


### Marktverstorend<p><strong>Marktverstorend</strong></p><p>Als het over batterijentechnologie gaat, wil Talen benadrukken dat dit een activiteit van marktpartijen moet blijven. Hij ziet met lede ogen aan dat sommige netbeheerders ook willen investeren in batterijen. Dit is onnodig, want marktpartijen investeren volop in deze technologie. “Mijns inziens hebben de netbedrijven werk genoeg. Zij hebben een enorme uitdaging om de netten beschikbaar te maken en te houden. Daarnaast werkt het marktverstorend als overheidsorganisaties gaan concurreren met commerciële partijen. Dan krijg je een vreemd speelveld. Om die redenen denk ik: schoenmaker, blijf bij je leest. Focus op de primaire taak, want daar zijn de uitdagingen al groot genoeg.”</p><p>Die kritiek raakt aan een breder punt. Talen vraagt niet om een overheid die alles overneemt, maar om een overheid die het speelveld helder maakt. “Bij offshore wind betekent dat tenderregels die tot investeringen leiden. Bij batterijen betekent het nettarieven die systeemwaarde erkennen. Bij gascentrales betekent het een capaciteitsmechanisme dat regelbaar vermogen beloont. Bij waterstof betekent het infrastructuur en regelgeving waarmee investeringen kunnen landen.”</p>

> ‘Het werkt marktverstorend als overheidsorganisaties gaan concurreren met commerciële partijen’


### De oplossing voor alle problemen<p><strong>De oplossing voor alle problemen</strong></p><p>ENGIE heeft in België decennialang kerncentrales geëxploiteerd en beschikt via ingenieursbureau Tractebel over veel nucleaire kennis. Toch heeft het bedrijf niet de ambitie om in Nederland zelf nieuwe kerncentrales te bouwen of te exploiteren. Tractebel kan de overheid adviseren, maar ENGIE Nederland ziet zichzelf niet als toekomstige nucleaire exploitant.</p><p>Talen is niet tegen kernenergie. Hij noemt diversiteit in de energiemix verstandig. Maar hij verzet zich tegen het idee dat kerncentrales alle problemen oplossen. Twee grote kerncentrales leveren hooguit een beperkt deel van de toekomstige elektriciteitsvraag. Bovendien zijn ze duur, kennen ze lange doorlooptijden en leveren ze vooral baseload, terwijl het Nederlandse energiesysteem juist steeds meer behoefte krijgt aan flexibiliteit.</p><p>“Ik denk niet dat het onverstandig is om kernenergie als onderdeel van de energiemix te hebben. Diversiteit is goed en het is verstandig om niet afhankelijk te zijn van één energiebron. Maar soms krijg ik het gevoel dat we doen alsof kernenergie de oplossing voor alle problemen is, en dat is het zeker niet. Als Nederland een paar kerncentrales bouwt, lossen die misschien een deel van de basisvraag op. Ze lossen niet de problemen van morgen op, niet die van over vijf jaar, en ook niet de volledige flexibiliteitsvraag. Het is niet het enige paard waarop we moeten wedden.”</p><p>Ook over kleine reactoren, de Small Modular Reactors (SMR), is hij voorzichtig. “Interessant, zeker. Maar niet klein in de betekenis die het publieke debat soms suggereert. Het gaat nog steeds om installaties van honderden megawatts, met forse investeringen, vergunningen en veiligheidsvragen. Bovendien zijn ze nog niet seriematig beschikbaar. De belofte is er, maar we mogen ondertussen wind, zon, batterijen, biogas en gascentrales niet vergeten.”</p>


### Voeten op de grond<p><strong>Voeten op de grond</strong></p><p>Nog zo’n belofte: waterstof. De Maxima-centrale is al deels geschikt gemaakt om waterstof bij te stoken. Eén turbine kan tot 50 procent waterstof aan, de andere wordt bij de volgende onderhoudsbeurt omgebouwd. Toch wordt er nog geen waterstof verstookt. De reden is eenvoudig: er is geen waterstofleiding naar de centrale en er is nog onvoldoende waterstofproductie.</p><p>Voor Talen is dat geen reden om de investering als mislukt te zien. “Integendeel. Als energiebedrijf moet je niet alleen vanaf de zijlijn roepen dat infrastructuur en subsidie ontbreken. Je moet ook zelf stappen durven zetten. Tegelijkertijd moeten we realistisch zijn: de keten is nog niet op orde. Regulatoire vraagstukken rondom bijvoorbeeld aansluiting en toegang tot het waterstofnetwerk, tariefregulering, waterstofkwaliteitseisen op het gebied van druk, zuiverheid etc. en certificering zijn nog vol in ontwikkeling.<span>  </span>Waterstof maken met offshore wind is één ding; waterstof beschikbaar hebben op momenten dat het niet waait, is iets anders.”</p><p>“Misschien was waterstof een paar jaar geleden te veel een hype. Dan krijg je waterstoffietsen en allerlei toepassingen waarvan je je kunt afvragen of ze logisch zijn. Maar dat betekent niet dat waterstof niets wordt. De juiste conclusie is dat we met beide voeten op de grond moeten komen. Waterstof is niet de oplossing voor alle problemen, net zomin als kernenergie, biogas, wind of zon dat zijn. Maar groene moleculen blijven nodig in de toekomstige energiemix. De hype is misschien voorbij. Dat is niet erg, zolang we het lange termijnvizier maar vasthouden.”</p>


### Groei in balans<p><strong>Groei in balans</strong></p><p>De nieuwe strategie van ENGIE Nederland draait volgens Talen om groei, maar niet om groei om de groei. Het bedrijf wil een geïntegreerde <i>energy transition utility</i> blijven: producent, leverancier, handelaar en ontwikkelaar van nieuwe flexibiliteit. De bestaande gascentrales moeten in de markt blijven en uiteindelijk verduurzamen. Nieuwe centrales moeten op termijn CO₂-vrij kunnen worden. Offshore wind moet een grotere rol krijgen. Batterijencapaciteit moet fors groeien. Biogas moet worden uitgebouwd, mede om aan de bijmengverplichting te kunnen voldoen. En aan klantzijde wil ENGIE meer doen met flexibiliteit, bijvoorbeeld door slim laden en andere manieren om vraag en aanbod beter op elkaar af te stemmen.</p><p>Talen spreekt graag over balans: tussen elektronen en moleculen, tussen lokaal en internationaal, tussen betaalbaarheid, betrouwbaarheid en duurzaamheid. Maar in zijn woorden zit ook ongeduld. “Nederland loopt bij batterijen achter. Offshore wind verloor tempo. Waterstofinfrastructuur duurt langer dan gehoopt. Nieuwe gascentrales zijn nodig, maar politiek gevoelig. En ondertussen stijgen nettarieven, neemt de concurrentiedruk op de industrie toe en schuift de leveringszekerheidsvraag langzaam naar voren. De energietransitie is geen keuze tussen wind of gas, markt of overheid, elektronen of moleculen. Het is de kunst om al die onderdelen tegelijk te organiseren, om te voorkomen dat het oude systeem is afgebroken terwijl het nieuwe nog niet klaarstaat.”</p>

