---
title: Het verborgen energiepotentieel van universiteitscampussen
date: 2026-05-14T09:25:00+02:00
author: energiepodium
canonical_url: "https://energiepodium.nl/item/het-verborgen-energiepotentieel-van-universiteitscampussen"
section: Items
---
## Metadata

- **Type**: Artikel
- **Datum**: 14-05-2026
- **Thema’s**: Netwerken &amp; Opslag
- **Tags**: [Klimaat](https://energiepodium.nl/tags/klimaat), [Energiebeleid](https://energiepodium.nl/tags/energiebeleid), [Energietransitie](https://energiepodium.nl/tags/energietransitie), [Netbeheer](https://energiepodium.nl/tags/netbeheer), [Elektriciteit](https://energiepodium.nl/tags/elektriciteit), [Regulering](https://energiepodium.nl/tags/regulering), [Innovatie](https://energiepodium.nl/tags/innovatie)
- **Auteur(s)**: Redactie 

## Inhoud

![Banner Social Energiepodium 79](https://energiepodium.nl/assets/img/photos/Banner-Social-Energiepodium-79.png)

<p><span>Energiepodium is partner van het </span><a href="https://nationaalenergietraineeship.nl/"><span>Nationaal Energietraineeship</span></a><span>, een tweejarig programma waarin energietrainees vanuit verschillende disciplines samenwerken en zich persoonlijk ontwikkelen. In groepjes werkten de trainees afgelopen maanden aan projecten waarin ze oplossingen zochten voor uitdagingen in de energietransitie. Energiepodium sprak met drie trainees die keken naar het potentieel van universiteitscampussen om hun eigen energiesysteem flexibeler in te richten en een bijdrage te leveren aan de balancering van het elektriciteitsnet. Hun conclusie: de bottleneck zit niet in techniek, maar in de organisatie. ”Eén persoon kan het verschil maken.” </span></p>
<p><span>Universiteitscampussen lijken op het eerste gezicht geen logische sleutelspelers in de energietransitie. Toch hebben ze alles wat de markt nodig heeft: ze zijn grote energieverbruikers, hebben vaak eigen opwek, opslag en een complexe mix van warmte, koude en elektriciteit. In theorie zijn het ‘mini-energiesystemen’ die actief kunnen bijdragen aan het oplossen van netcongestie.</span></p><p><span>Maar theorie en praktijk lopen uiteen. Vijf trainees van het Nationaal Energietraineeship – Timo Maassen (Siemens), Hilde den Boer (Siemens Energy), Milan Bruil (Equans), Wouter Homans (Provincie Overijssel) en Puck Joppe (Dura Vermeer) – onderzochten hoe het werkelijk zit. Hun conclusie: het potentieel is groot, maar blijft grotendeels onbenut. Niet vanwege techniek, maar door organisatie, prikkels en prioriteiten.</span></p>


### Complexe infrastructuur<p><span><strong>Complexe infrastructuur</strong></span></p><p><span>Het project ontstond vanuit een concrete vraag uit de praktijk. Maassen werkt bij Siemens aan een nieuwe dienst om energieverbruik, opslag en opwek in grote gebouwen slimmer aan te sturen. “We zitten in een startupfase en zoeken naar nieuwe sectoren. Daaruit kwam de vraag: hoe staan campussen ervoor en wat speelt daar?” </span></p><p><span>Het bleek een logische volgende stap. Campussen functioneren als kleine steden, met complexe infrastructuur en een hoge energievraag. “Het zijn vaak systemen met meerdere energiestromen – warmte, koude, elektriciteit – die je onderling kunt optimaliseren”, aldus Maassen. “Die complexiteit maakt ze interessant. Onderzoek laat zien dat zulke campussystemen daadwerkelijk flexibiliteit kunnen leveren aan het elektriciteitsnet, bijvoorbeeld door opwek of vraag tijdelijk te verhogen of verlagen.” </span></p><p><span>Voor Den Boer was de keuze ook logisch. “Het team van Siemens had al ervaring met ziekenhuizen. Campussen zijn qua </span><span>gebouwbeheersysteem</span><span> vergelijkbaar, dus een logische volgende markt.” </span></p><p><span>Joppe, gespecialiseerd in supply chain management, is werkzaam bij het bedrijfsonderdeel Haven &amp; Industrie van Dura Vermeer. Daar is ze betrokken bij een project om laadinfrastructuur op een containerterminal aan te leggen. “Voor mij was het heel interessant om bij campussen te kijken hoe zij hun energievoorziening hebben geregeld. Het was een nieuwe wereld voor me.”</span></p>


### Slim inspelen<p><span><strong>Slim inspelen</strong></span></p><p><span>Uit het onderzoek van de trainees – gebaseerd op gesprekken met negen universiteiten en een netbeheerder – komt een consistent beeld naar voren: technisch is het potentieel groot.</span></p><p><span>Campussen combineren verschillende energiebronnen en -systemen, vaak ‘achter de meter’. Daarmee kunnen ze slim inspelen op prijzen, netbelasting of CO₂-doelen. “Je kunt bijvoorbeeld kiezen of je warmte produceert met gas of elektriciteit, afhankelijk van wat op dat moment het gunstigst is”, legt Maassen uit. </span></p><p><span>Internationaal onderzoek bevestigt dat dit soort multi-commodity energiesystemen bij uitstek geschikt zijn om flexibiliteit te leveren aan het net. In theorie kunnen campussen dus helpen om pieken op het elektriciteitsnet te verminderen – precies waar Nederland momenteel tegenaan loopt. Toch blijkt dat potentieel nauwelijks benut. De belangrijkste reden: energieflexibiliteit is voor universiteiten nog geen prioriteit. “Een stabiele energievoorziening staat altijd bovenaan”, stelt Den Boer. “Flexibiliteit komt daarna pas.” </span></p><p><span>Universiteiten zijn primair gericht op continuïteit van onderwijs en onderzoek. Energie is ondersteunend – en dus vaak een kostenpost, geen strategisch speerpunt. Tegelijkertijd staan universiteiten onder financiële druk, onder meer door bezuinigingen en dalende studentenaantallen. Maassen ziet dat terug in de praktijk. “Het energietransitiedossier komt er vaak ‘bij’. De energiecoördinator heeft het al druk genoeg.” </span></p><p><span>Ook een duidelijke businesscase geeft geen doorslag, aldus Joppe. “Het vraagt investeringen die zich pas later terugverdienen. Zonder winstoogmerk is de prikkel om daarop te sturen beperkt.”</span></p>


### Seinen op groen<p><span><strong>Seinen op groen</strong></span></p><p><span>Misschien wel de belangrijkste conclusie van de trainees: de bottleneck zit niet in techniek, maar in de organisatie. Binnen campussen zijn verantwoordelijkheden versnipperd. Energiecoördinatoren, gebouwbeheerders en bestuurders hebben elk hun eigen rol en belangen. Dat leidt tot terughoudendheid, zelfs als oplossingen technisch en financieel haalbaar zijn.</span></p><p><span>Den Boer zag dat in de praktijk. “Soms staan alle seinen op groen, maar willen gebouwbeheerders hun systeem niet aanpassen. Het werkt nu goed, dus waarom risico nemen?” </span></p><p><span>Die terughoudendheid is volgens Maassen begrijpelijk. “Als je installaties anders gaat aansturen, kan dat invloed hebben op slijtage en controle. Voor een beheerder is dat een reëel risico.”</span></p>


### Bevlogenheid<p><span><strong>Bevlogenheid</strong></span></p><p><span>Flexibiliteit vraagt dus niet alleen techniek, maar ook gedragsverandering en vertrouwen. En dat blijkt minstens zo ingewikkeld. Een van de meest opvallende inzichten uit het project is het belang van individuen. De mate waarin een campus actief is met flexibiliteit hangt sterk af van één persoon: de energiecoördinator. Maassen: “Je zag echt verschil in bevlogenheid en hoe iemand het onderwerp in de organisatie brengt. Die rol vraagt meer dan technische kennis. Zo iemand moet ook door de organisatie heen kunnen bewegen en mensen meekrijgen.”</span></p><p><span>Voor Den Boer was dat een belangrijk inzicht. “Ik ben technisch opgeleid, maar dit project liet zien dat het net zo goed gaat over hoe je iets georganiseerd krijgt.” </span></p><p><span>Opvallend is dat campussen hun flexibiliteit nauwelijks inzetten buiten hun eigen terrein. Samenwerking met netbeheerders of andere partijen is nog beperkt. Een uitzondering is een casus in Nijmegen, waar een universiteit afspraken maakt met de netbeheerder over het moment waarop een energie-intensieve installatie draait. “Dat soort maatwerk bestaat, maar het is echt de uitzondering”, zegt Maassen. </span></p><p><span>Daarnaast spelen regels een rol. Den Boer noemt een voorbeeld waarbij een energie-installatie op een campus niet mag worden ingezet voor de omgeving vanwege regelgeving. “Dan staat er dus capaciteit stil, terwijl die wel benut zou kunnen worden.” </span></p><p> </p><p><span>De trainees zien drie voorwaarden om flexibiliteit op campussen van de grond te krijgen. Ten eerste: meer actieve samenwerking met netbeheerders. Vaak ontbreekt nu nog inzicht in de rol die campussen kunnen spelen om netcongestie tegen te gaan. Ten tweede: aanvullende financiële prikkels. Variabele nettarieven kunnen flexibiliteit bijvoorbeeld nog aantrekkelijker maken en campussen een extra duwtje in de rug geven. En ten derde – misschien wel het belangrijkst: aandacht voor organisatie en capaciteit. Den Boer: “Het leerde mij om buiten mijn technische comfortzone te kijken. Het gaat niet alleen om wat technisch kan, maar om hoe je het gedaan krijgt.”</span></p>

