---
title: "Marinus Tabak, RWE Nederland: ‘Als je iets maar lang genoeg laat liggen, wordt het vanzelf een crisis’"
date: 2026-06-18T14:42:00+02:00
author: energiepodium
canonical_url: "https://energiepodium.nl/item/marinus-tabak-rwe-nederland-als-je-iets-maar-lang-genoeg-laat-liggen-wordt-het-vanzelf-een-crisis"
section: Items
---
## Metadata

- **Type**: Artikel
- **Datum**: 18-06-2026
- **Thema’s**: Beleid &amp; Markt, Transitie &amp; Klimaat
- **Tags**: [Captains of Energy](https://energiepodium.nl/tags/captains-of-energy), [Energiebeleid](https://energiepodium.nl/tags/energiebeleid), [Energietransitie](https://energiepodium.nl/tags/energietransitie), [Voorzieningszekerheid](https://energiepodium.nl/tags/voorzieningszekerheid), [Marktordening](https://energiepodium.nl/tags/markordening)
- **Auteur(s)**: Noud Köper

## Inhoud

![Marinus Tabak RWE 8](https://energiepodium.nl/assets/img/photos/Marinus-Tabak-RWE-8.jpg)

<p><strong>In de serie </strong><i><strong>Captains of Energy</strong></i><strong> interviewt Energiepodium de huidige generatie leiders in de energiesector. Wat drijft hen, hoe staat de markt ervoor en wat moet er gebeuren om de energietransitie tot een succes te maken? In deze aflevering: Marinus Tabak, COO van RWE Generation en Country Chair van RWE Nederland. Een gesprek over systeemdenken, succesvolle en minder succesvolle technologieën en de verschillen tussen Duitsland en Nederland. “In Nederland is het vaak: als we het plan hebben gemaakt, zijn we al zo goed als klaar. In Duitsland begint het dan pas.”</strong></p>
<p>Marinus Tabak heeft een bijzondere positie. Hij is als Country Chair het gezicht van de Nederlandse tak van RWE en zit tegelijkertijd in de internationale bestuurskamer van een van Europa’s grootste energiebedrijven. Die dubbelrol geeft hem een breed perspectief. In Nederland ziet hij van dichtbij hoe discussies over netcongestie, gaswinning, waterstof, kernenergie en industriepolitiek vastlopen in procedures, tegenstellingen en goede bedoelingen. Internationaal ziet hij hoe andere landen dezelfde problemen proberen op te lossen. Soms trager in de planvorming, maar voortvarender in de uitvoering.</p><p>Volgens Tabak is de energietransitie in een lastige fase beland. In grote lijnen is duidelijk wat er moet gebeuren, maar de praktijk is weerbarstig. “Als je bekijkt wat er allemaal nog moet gebeuren, dan zie je vooral heel veel problemen en uitdagingen. Ook best veel waarvan je denkt: dat hadden we tien jaar geleden al voorzien. En toch zitten we nu in deze malaise. Dat vind ik wel eens jammer aan onze business. Als je het gehele systeem goed bekijkt, kun je best veel problemen vóór zijn. En toch lukt het ons vaak net niet.”</p><p>Toch is hij geen doemdenker. Integendeel, hij noemt zichzelf een ‘technologisch optimist’. “Je moet ook vaststellen dat er ontzettend veel dingen heel knap zijn gedaan, waarvan je in het verleden wel eens dacht: ik weet niet of dit allemaal gaat lukken. Offshore wind is daarvan een goed voorbeeld. Toen ik begon, zeventien jaar geleden, waren we net met de eerste grote investeringen bezig. Het was maar zeer de vraag of dat zo’n enorm succes zou worden. Inmiddels hebben we het kunnen opschalen en de kosten naar beneden kunnen brengen. Dat is echt wel een succes.”</p><p> </p><p><strong>Wiebelstroom</strong></p><p>Zijn belangstelling voor energie was er al vroeg. Tijdens zijn studie verdiepte hij zich in energie-economie en techniek. In 2009 kwam hij bij Essent terecht, dat later onderdeel werd van RWE. Hij werkte onder meer bij de Eemshavencentrale, werd daar directeur en groeide daarna door naar internationale rollen binnen RWE. Sinds 2024 is hij COO van RWE Generation. Vanuit het bestuur van RWE Generation beslist hij mee over centrales, assets, technologieën en investeringen in meerdere landen. </p><p>Een van de grootste uitdagingen is voor hem de aanpak van netcongestie. Hij waarschuwde er naar eigen zeggen al in 2016 voor. “In dat jaar hield ik ergens een speech. Die is opgenomen, dus ik heb het bewijs, want niemand gelooft dat nu natuurlijk meer. Toen had ik het al over netcongestie. Als er meer wiebelstroom komt, als offshore wind van zee naar land moet, als mensen elektrische auto’s gaan laden en warmtepompen installeren, dan moet het net dat allemaal wel aankunnen. De zaal keek mij aan van: ja, dat zegt hij natuurlijk alleen maar omdat hij zijn centrale in bedrijf wil behouden. Maar het was evident. Je kunt niet alleen maar meer elektronen produceren en meer wisselvallige productie toevoegen zonder iets aan het net te doen.”</p>

> “Als er meer wiebelstroom komt, moet het net dat allemaal wel aankunnen.”


### Douchemunten<p><strong>Douchemunten</strong></p><p>Kan Nederland zich uit de netcongestie innoveren? Tabak denkt van wel, maar alleen met een systeemaanpak. Iedereen moet tegelijk bewegen: netbeheerders, gemeenten, industrie, energiebedrijven en overheid.</p><p>“We weten al heel lang dat dit een probleem zou worden en toch zijn we erin gerommeld. Nu het zover is, gaat iedereen weer voor zichzelf oplossingen verzinnen. Dan zegt een netbeheerder: als het een koude winter wordt, kan er zomaar een <i>black out</i> zijn, dus de industrie moet maar afregelen. Dan vraag je hoeveel van hun klanten eigenlijk kunnen afregelen, en dan blijkt dat misschien één of twee procent. Je kunt dat wel roepen, maar het is dus niet de oplossing. Ga eerst eens met de industrie kijken wat er dan wél kan.”</p><p>Wat hem stoort, is de neiging om grote systeemproblemen klein te praten. <span>“Laatst was er een discussie over douchemunten en ’s nachts wasjes draaien.</span> Daarmee gaan we het echt niet redden. We moeten meer netcapaciteit gaan bouwen, beter sturen, met batterijen op de juiste plekken. Een groot probleem vraagt om grote oplossingen.”</p><p>Dat Nederland inmiddels crisisinstrumenten nodig heeft voor iets wat volgens hem gewoon planbaar was, vindt hij veelzeggend. “Er wordt nu gesproken over een crisis- en herstelwet voor de energiesector. Ik vind dat eigenlijk te gek voor woorden. Het is gewoon een heel goed planbaar fenomeen. Als je er maar lang genoeg niets aan doet, wordt het vanzelf een crisis. Dat vind ik het nare aan het verhaal. Je haalt nu een medicijn uit de kast waarvan ik denk: ja gut, waarom is dat nodig?”</p><p> </p><p><strong>Kampioen</strong></p><p>Tabak praat liever over ontwikkelingen die wel de goede kant op gaan. Zoals zonne-energie. “Nederland is kampioen zon geworden. Dan kijk je naar de panelen op zo’n gebouw hiernaast en denk je: het is toch een apart idee dat we in tien jaar tijd wereldwijd kampioen zon zijn geworden. Dat vind ik bijzonder en mooi. Dat is hoopvol.”</p><p>Ook batterijen noemt hij als voorbeeld van een technologie die sneller volwassen werd dan velen hadden verwacht. Jarenlang leek grootschalige opslag niet uit te kunnen. “Tien jaar geleden had niemand verwacht dat dit zo’n vlucht zou nemen. En ‘bam’, ineens zijn er overal batterijen. Dat is ook het verhaal van de energietransitie: sommige dingen gaan ineens veel sneller dan je verwacht.”</p><p> </p><p><strong>Wantrouwen</strong></p><p>RWE is in Nederland een grote speler, maar ook een speler met een beladen profiel. Het bedrijf is eigenaar van grote centrales en wordt door critici gezien als fossiele reus met een buitenlands hoofdkantoor. Tabak kan zich moeilijk in dat beeld herkennen.</p><p>“Ik heb zelf die perceptie nooit. Ik zie gewoon: we zijn bezig met bouwen, met windmolens neerzetten en stroom maken. Ik vind het altijd gek als dat we worden weggezet als fossiele speler, al is dat wel waar we vandaan komen. Maar laten we zeggen dat mensen dat beeld hebben van grote bedrijven. Dan moeten we eerst goed begrijpen: wat is precies dat wantrouwen? Waar zit het in? Is het dat wij geld verdienen en grote investeringen doen? Is het iets anders? Als je het probleem hebt vastgesteld, kun je bekijken wat de oplossing is.”</p><p>Volgens Tabak investeert RWE serieus in de dialoog met de omgeving. Niet alleen door te vertellen over de missie van het bedrijf, maar ook door belangen te begrijpen. “Wij nemen dat heel serieus. We proberen te luisteren: wat speelt hier, wat zijn de belangen? Ook als we met een ministerie of de overheid spreken, proberen we goed te begrijpen wat het belang van de overheid is. Ik kan altijd heel duidelijk zeggen: dit is het belang van RWE. Wij doen enorme investeringen met enorm veel risico, dus wij hebben er belang bij dat het goed gaat en geen mislukking wordt. Maar dan moet je ook kijken: wat is het belang van Nederland, van de samenleving? Uiteindelijk is dat de enige manier om eruit te komen.”</p>

![Energiepodium hoofdafbeelding](https://energiepodium.nl/assets/img/photos/Energiepodium-hoofdafbeedling.jpg)
*Foto RWE*


### Schandalig<p><strong>Schandalig</strong></p><p>Toch liep de verhouding tussen RWE en de Nederlandse overheid schade op bij de verplichte ban op het gebruik van kolen. De Eemshavencentrale moet uiterlijk op 31 december 2029 wettelijk stoppen met het verstoken van kolen, en de Amercentrale moest dit al eind 2024. De manier waarop dit is gegaan zit Tabak nog altijd dwars.</p><p>“Dat komt omdat de overheid nooit echt een dialoog is aangegaan. Dat is de reden waarom we een rechtszaak hebben aangespannen. Er is eenzijdig gezegd: we stoppen ermee. Wij hebben altijd gezegd: los dit op zoals in andere landen, bijvoorbeeld in Duitsland, Daar is de overheid om tafel gaan zitten met de energiebedrijven en zijn er afspraken gemaakt over het uitfaseren van kolen. Op zo'n manier dat de leveringszekerheid niet in gevaar komt en de schade voor bedrijven wordt beperkt. Maar dat is in Nederland niet gebeurd. Er is gezegd: bedankt voor die drie miljard investering, maar we sluiten de boel. En dat wordt dan gezien als normaal.”</p><p>Hij trekt een scherpe vergelijking met de Verenigde Staten, waar politieke ingrepen in windprojecten in Europa al snel worden gezien als aantasting van het investeringsklimaat. “Dezelfde mensen die nu een grote mond hebben over Trump die zegt dat windparken niet mogen doorgaan, zeggen: wat is het investeringsklimaat in Amerika schandalig. Dan denk ik: luister nou wat je zegt. Je doet hier hetzelfde bij ons. Als er een echte dialoog was gevoerd, weet ik zeker dat er ook geen rechtszaak was gekomen.”</p><p>Het gesprek komt op de geopolitieke spanningen en de kwetsbaarheid van de mondiale energievoorziening. Volgens Tabak is het lastig te voorspellen wat de markt gaat doen. Hij ziet wel risico’s, vooral rond LNG en gasopslagen.</p><p>“Jammer genoeg weet niemand precies wat er gaat gebeuren. Als je naar de gasprijs kijkt, dan lijkt die de laatste tijd bijna gelinkt aan de berichtgeving van Trump. De prijs voor de komende winter is lager dan de prijs van het hier en nu. De markt vertaalt dat dus als: dit is nu even aan de hand en straks komt het wel weer goed. Maar het is de vraag of dat zo is. We hebben gezien dat Iran LNG-installaties in Qatar kan raken. Als zo’n installatie wordt verwoest, duurt het jaren voordat die er weer is. Als dit escaleert, is dat niet best.”</p><p>Dat werkt niet alleen door in olie, maar ook in gas en elektriciteit. “Azië is helemaal afhankelijk van LNG uit het Midden-Oosten. Als dat die kant niet op komt, gaat er LNG van elders richting Azië en drijft dat de prijs op. Dan gaat de gasprijs omhoog. En gas is in Nederland nog steeds de nummer één brandstof waarmee stroom wordt gemaakt. Dus dat merken we direct.”</p><p>Over compensatiemaatregelen is hij kritisch. Niet omdat hij energiearmoede relativeert, maar omdat hij vindt dat Nederland structureler moet helpen. “Het is een kwalijke zaak dat we in Nederland überhaupt zoiets hebben als energiearmoede. Dat is echt niet goed. Net zoals het niet goed is dat mensen naar de voedselbank moeten. Maar het is natuurlijk niet zo dat iedereen die naar de voedselbank gaat, wordt geholpen doordat Jumbo of Albert Heijn verplicht moeten bijdragen. Bij gas en elektriciteit vinden we dat ineens wel normaal. Ik zie Shell ook niet bij de pomp iedereen een voucher geven. Dat vind ik raar. Bovendien lost het niets op.”</p><p>Volgens Tabak is na de vorige energiecrisis te weinig geleerd. Een groot isolatieoffensief had huishoudens minder kwetsbaar kunnen maken. “Als er één ding is wat we nu leren, is dat we eigenlijk verrekte weinig hebben geleerd van de vorige crisis. Waar was het grote nationale isolatieplan voor mensen in doorzon- en doorwaaiwoningen? Als we dat toen hadden gedaan, hadden die mensen nu misschien een beter geïsoleerd huis gehad, een energie-efficiënte warmtepomp, noem maar op. Dan waren ze beter af geweest en waren we minder afhankelijk geweest van producten die van elders komen.”</p><p> </p><p><strong>Duizenddingendoekje</strong></p><p>RWE investeert in waterstof, onder meer in de Eemshaven. Maar ook daar blijkt dat ambities pas iets waard zijn als infrastructuur, productie en afname tegelijk op orde zijn. Het elektrolyseproject van RWE in Noord-Nederland, Eemshydrogen, kreeg subsidie, werd ontwikkeld en vergund, maar dreigt vast te lopen op een vertraagde waterstofleiding.</p><p>“Het project is problematisch, omdat wij subsidie hebben gekregen, het project hebben ontwikkeld en vergunningen hebben geregeld, maar de pijpleiding is vertraagd. Die zou eerst in 2027 komen, toen werd het 2030 en nu waarschijnlijk nog later. Zonder die pijp wordt het niks. Voor het tweede project hebben we iets meer tijd, maar eerlijk gezegd is ook hier tijdige infrastructuur cruciaal.”</p><p>In Duitsland lukt het volgens Tabak beter. Daar bouwt RWE aan een elektrolyzer van 300 megawatt. “In Duitsland bouwen we nu de grootste electrolyzer van Europa. De eerste 200 megawatt nemen we nu in bedrijf, dus dat is in volle gang. Leidingen worden daar omgebouwd en we hebben een klant, namelijk de raffinaderij van TotalEnergies. We bewijzen dat het kan en dat het lukt. Maar het betekent wel dat alles op hetzelfde moment moet. En dat lijkt hier in Nederland zo één, twee, drie nog niet te lukken.”</p><p>Groene waterstof zal duurder zijn dan grijze waterstof, erkent hij. Maar dat is volgens hem niet het enige referentiekader. De vraag is wat er gebeurt als CO₂ steeds duurder wordt en sommige sectoren weinig alternatieven hebben. “Je kunt groene waterstof niet gewoon vergelijken met de prijs van grijze waterstof. Dat is onvergelijkbaar, het is gewoon duurder. Maar er komt een tijd dat grijze waterstof onbetaalbaar wordt, al was het maar omdat je die CO₂ niet meer in de atmosfeer mag lozen. Het is maar net wat je referentiekader is. Ik denk dat groene waterstof heel competitief kan zijn in een tijd waarin je weinig andere mogelijkheden hebt om te decarboniseren.”</p><p>Tegelijk verzet Tabak zich tegen de hype rond waterstof, die inmiddels weer wat is geluwd. “Wij zijn een vrij rationeel bedrijf. We hebben nooit gepredikt dat waterstof het duizenddingendoekje was. We hebben altijd gezegd: we zien een paar <i>use cases</i>. Als je naar heel veel offshore wind op de Noordzee gaat, dan is waterstof een goede manier om elektronen te verplaatsen en systeemintegratie mogelijk te maken. Maar mensen geloven soms dingen die niet kunnen: gratis energie, dat soort verhalen. Die droombeelden konden nooit werkelijkheid worden. Het kost allemaal geld. Hetzelfde zie je nu met kernenergie. Daar ontstaat dezelfde hype.”</p>


### Waarom Marinus Tabak niet in de Tweede Kamer kwam<p><strong>Waarom Marinus Tabak niet in de Tweede Kamer kwam</strong></p><p>Politiek is voor Marinus geen bevlieging. Hij zat in de gemeenteraad van Dongeradeel en was partijvoorzitter van de gemeentelijke fractie. Democratie, zegt hij, is niet iets wat je alleen consumeert.</p><p>“Heel mijn leven ben ik met politiek bezig geweest. Je maakt democratie samen. Ik breng niet alleen een stem uit, maar wil ook een actieve bijdrage leveren: in het debat, mensen oproepen om te stemmen, posters plakken of politici ondersteunen. Ik zie het als een plicht om daar een bijdrage aan te leveren.”</p><p>In 2021 stond Marinus voor de landelijke verkiezingen op de kandidatenlijst van de VVD, toch werd Den Haag het niet. Hij kreeg een aanbod om door te groeien richting zijn huidige rol. “Dan moet je jezelf even knijpen. Een lastige keuze. Het heeft me echt dieper aan het denken gezet: is dit de goede stap?”</p><p>Bij de verkiezingen haalde de VVD niet genoeg zetels, dus hij kwam niet in de Tweede Kamer. Maar later dat jaar kwam er alsnog een telefoontje. “Ze belden me dat er een positie in de Kamer vrijkwam, maar toen had ik voor mezelf al voor RWE gekozen. Ik heb bedankt voor die zetel.”</p><p>Spijt heeft hij niet.</p><p>“Nee, eigenlijk niet. Daar moet je heel eerlijk in zijn. Ik heb nooit echt spijt, want er komen altijd weer andere goede dingen. Anders had ik nu niet gedaan wat ik nu doe. Of ik het later nog eens probeer? Wie weet. Zeg nooit nooit.”</p>

<p>RWE heeft een belang in kerncentrale Borssele. Toch is Tabak geen uitgesproken voor- of tegenstander van nieuwe centrales. Wie kernenergie betaalbaarder en sneller wil maken, moet volgens hem durven praten over standaardisatie.</p><p>“Het is allemaal niet zo gemakkelijk als mensen doen voorkomen. Kernenergie is duur, tenzij je het heel groots aanpakt. Bijvoorbeeld door af te spreken: dit ontwerp mogen we doen, en als we bouwen veranderen we verder niks. En deze centrale gaan we zestig keer bouwen in Europa. Dan kun je best rendabel bouwen. Alleen niemand voert die discussie. De vraag is dan: hoe serieus moeten we deze ambitie dan nemen. Het gaat om een enorme collectieve inspanning.”</p><p>Volgens Tabak moet Nederland eerst bedenken waarom kerncentrales zo vaak duurder worden en langer duren dan gepland. “Wat is nou het probleem? Waarom kosten die apparaten twintig tot dertig miljard in plaats van de afgesproken vijf? Waarom duurt het project zoveel langer? Dan ga je dat probleem analyseren en kom je tot de conclusie dat het ook zit in onze eigen wet- en regelgeving. Zolang je dat niet oplost, zijn we bezig met een papieren werkelijkheid.”</p><p>Zijn terughoudend is nog groter als het gaat over Eemshaven als mogelijke locatie voor een nieuwe kerncentrale. Niet omdat het technisch onmogelijk is, maar omdat de regio niet vanzelfsprekend zal openstaan voor nieuwe grote energieprojecten. “Volgens mij is Groningen niet per se heel erg voor. Maar dat gesprek moet je daar aangaan met de mensen. Wat ik merk in Groningen, na alles wat er met het gas is gebeurd, is dat mensen niet meteen warmlopen voor grote overheidsprojecten. Bovendien staan daar al hele mooie andere centrales. Waarom zou je daar een kerncentrale naast moeten zetten?”</p><p> </p><p><strong>Kleine velden</strong></p><p>In de discussie over gaswinning maakt Tabak persoonlijk een duidelijk onderscheid. Groningen opnieuw openen vindt hij geen serieuze route. Daar is schade, daar zijn nog steeds aardbevingen en dat veld is vooral politiek gesloten. Wie daarover blijft praten, voert volgens hem een debat voor de bühne. Veel logischer vindt hij het om te kijken naar offshore kleine velden op de Noordzee.</p><p><span>“Natuurlijk is het niet onze business, maar ik vraag me wel eens af waarom het zo lastig is om offshore die kleine velden aan de gang te krijgen.</span> Kijk naar zo’n vondst boven Schiermonnikoog, waar ze elektrisch willen boren. Daar heeft verder niemand last van. Dan denk ik: waarom kan dat niet? Als we zeggen dat we het nodig hebben, dan moet je daar toch aan de gang? Ik vind dat verontrustend. Het lijkt wel alsof we liever bezig zijn met grote debatten waar toch niks uitkomt.”</p><p>Dat geldt volgens hem ook voor de discussie over het heropenen van het Groningenveld. “Het is gek dat voorstanders van gaswinning het bespreekbaar willen maken dat Groningen weer opengaat, terwijl daar bewezen ellende is, de problemen nog niet zijn opgelost en er nog steeds aardbevingen zijn. Dan gaan we daar weer discussie over voeren, terwijl dat veld echt niet meer opengaat. Dat is al besloten. De echte discussie die je zou moeten voeren als je gas wilt winnen, gaat over kleine velden ver op de Noordzee. Waarom hebben we het daar niet over?”</p><p>Als sprekend voorbeeld van hoe draagvlak kan kantelen, noemt hij het Friese dorp Ternaard, waar destijds opnieuw naar gaswinning werd gekeken. “De grap is dat het dorp aanvankelijk wel voor was. <span>Mijn moeder was in die tijd voorzitter van het dorpsbelang,</span> ze wilden zo ongeveer een nieuw dorpshuis, drie windmolens en een nulmeting, zodat eventuele schade zou kunnen worden gemeten en verholpen. Toen kwamen de provincie erbij, het ministerie, allerlei anderen, en op een gegeven moment waren er veel meer mensen mee bezig en niemand meer uit het dorp. Er kwamen activisten protesteren op de dijk en iedereen was er op een gegeven moment klaar mee. Nu, ruim dertien jaar later, is het dorp helemaal tegen. Dan denk ik: hoe kan het dat een dorp eerst voorstander is maar dat we het met al onze goede bedoelingen compleet tegen weten te krijgen?”</p>

> “Er is gezegd: bedankt voor die drie miljard investering, maar we sluiten de boel”


### Supersaai<p><strong>Supersaai</strong></p><p>Wat moet het nieuwe kabinet doen om te voorkomen dat de volgende fase van de energietransitie opnieuw vastloopt? Tabak komt uit bij een typisch Nederlandse oplossing. “Wij hebben het hier vaak over gehad. De complexiteit is toegenomen, de industrie is er niet beter op geworden en we hebben grote problemen die we moeten oplossen. In Nederland hebben we daar vanuit het verleden goede methodes voor, namelijk radicaal samenwerken. Of met een supersaai woord: polderen. Je zou gezamenlijk om tafel moeten gaan zitten en een nieuw kader moeten schetsen. Eigenlijk zou je moeten komen tot een soort Transitieakkoord.”</p><p>Dat akkoord moet volgens hem geen kopie worden van het Energieakkoord of Klimaatakkoord. Maar het Energieakkoord bevatte wel een les: bij offshore wind zetten overheid en markt tegelijk een stap. “Eén leuk element uit het Energieakkoord was offshore wind. Wij hebben als business gezegd: wij durven dat aan, wij gaan die stap voorwaarts zetten en beloven dat we de prijs naar beneden brengen. De overheid heeft ook een enorme stap voorwaarts gezet, met subsidies en TenneT die stopcontacten op zee ging aanleggen. En het is gelukt, vanaf 2018 waren de kosten zo gedaald dat de tenders zonder subsidie konden. Als je bekijkt wat in dat Energieakkoord is afgesproken, is eigenlijk alles gelukt.”</p><p>Het Klimaatakkoord was volgens hem te veel gericht op tonnen CO₂-reductie en te weinig op samenhang. “Het probleem van het Klimaatakkoord was dat het doel tonnenjacht was. Dat was niet integraal genoeg. Als je nu kijkt naar de grote kansen voor de industrie, dan vragen die eigenlijk allemaal om een ketenaanpak. Er moet infrastructuur zijn, batterij-opslag, vraagstimulering. Dat zijn allemaal verschillende ketens die je in zo’n Transitieakkoord bij elkaar kunt brengen.”</p><p> </p><p><strong>Schoenmaker</strong></p><p>Tabak noemt zichzelf een marktdenker, maar niet iemand die denkt dat de markt alles alleen kan. De overheid heeft een duidelijke rol. Maar hij is kritisch op de gedachte dat staatsdeelnemingen of overheidsbedrijven nu projecten moeten overnemen omdat ‘de markt heeft gefaald’. Hij doelt onder meer op CO₂-opslag of warmtenetten. </p><p>“Ik denk dat je die rolverdeling het beste kunt afspreken in zo’n Transitieakkoord. Wat je nu krijgt, is dat de overheid ineens in allerlei dingen gaat stappen waarvan ik me afvraag: wordt dat een succes? Als het de markt niet lukt, waarom zou het jou dan wel lukken? Die vraag moet je altijd stellen. Als de markt het niet ziet zitten, waarom moet je het als overheid dan wel zien zitten? Misschien is er een ander probleem dat je eerst moet oplossen.”</p><p>Voor Tabak vraagt de energietransitie om beide. “Het is niet alleen de markt of alleen de overheid. Heel veel dingen zijn een èn-èn-oplossing. Offshore wind was dat ook. De markt heeft gedaan waar zij goed in is: kosten radicaal naar beneden brengen. Er kwamen oplossingen die je van tevoren niet had kunnen bedenken. De overheid moet doen waar zij goed in is: kaders scheppen en infrastructuur organiseren. Schoenmaker, houd je bij je leest. Samen kunnen we veel bereiken.”</p><p>Van Duitsland kan Nederland volgens hem leren hoe je industriepolitiek serieus neemt. “In Duitsland wordt op een heel volwassen manier met de industrie gesproken. Dat komt natuurlijk ook doordat Duitsland zo’n grote industrie heeft. Ministeries en industrie weten elkaar echt te vinden om samen dingen op te lossen. Dat vind ik heel sterk. Je kunt het samenvatten als industriepolitiek. Dat doen ze goed, heel krachtig. Daar kunnen wij echt iets van leren.”</p><p>Ook de uitvoeringskracht is in Duitsland soms groter, zegt hij. “Soms duren dingen daar lang. Maar als er dan iets gebeurt, dan gebeurt het wel. Neem waterstof. Nederland was de eerste met de plannen en daar komt eigenlijk het minst van terecht. In Duitsland duurt het eindeloos met de plannen, maar wij bouwen daar nu 300 megawatt. De pipeline wordt aangelegd en TotalEnergies gaat afnemen. <i>Action speaks louder than words</i>. Dat heb je daar wel. In Nederland is het vaak: als we het plan hebben gemaakt, zijn we al zo goed als klaar. In Duitsland begint het dan pas.”</p><p> </p><p><strong>Prachtige stadstaat</strong></p><p>Andersom kan Duitsland ook van Nederland leren. Want hoe kritisch Tabak ook is op traagheid en besluiteloosheid, hij ziet ook de kracht van Nederland. </p><p>“Nederlanders zijn lekkere klagers. We zeuren de hele dag: dit moet beter en dat moet beter. Maar elke keer als ik uit welk land dan ook terugkom in Nederland, denk ik: wat hebben we het hier supergoed geregeld. Wat zijn wij een prachtige stadstaat. Er is altijd weer een bedrijf dat iets ingewikkelds kan. Een Duitse firma zei laatst tegen mij: als je in Nederland iets heel moeilijks moet doen met een specialistisch soort beton, dan is er altijd wel een bedrijf dat dat kan. <span lang="en-gb" xml:lang="en-gb">In Nederland heb je alle skills, alle equipment, </span><i><span lang="en-gb" xml:lang="en-gb">ready to go</span></i><span lang="en-gb" xml:lang="en-gb">.”</span></p><p>Ook in de energietransitie is die kracht zichtbaar. Vooral op zee. “Als je kijkt naar offshore, dan zijn we echt innovatief. Op China na is er geen enkel offshore windpark waar geen Nederlands bedrijf bij betrokken is geweest. Dat zegt veel. Tegelijkertijd zie ik op Europees niveau soms versnippering. Moet elk land nou weer hetzelfde type electrolyzer uitvinden? Je zou ook kunnen zeggen: bundel de middelen en maak ergens één supertestcenter. Als we dat beter organiseren, zijn we krachtiger.”</p>

