Het Internationaal Energieagentschap (IEA) kwam al kort na het begin van de energiecrisis met een grote gecoördineerde vrijgave van strategische voorraden en met aanbevelingen voor concrete maatregelen om de olie- en gasvraag te beperken. Bij monde van Fatih Birol deed het IEA ook een oproep om vooral geen exportbelemmeringen in te voeren. Verstandige adviezen om de gevolgen van de aanbodcrisis door de blokkade van de Straat van Hormuz zo goed mogelijk te beheersen. In weerwil van de deze adviezen om de vraag te beperken gaan aardig wat Europese IEA-landen over tot het (tijdelijk) morrelen aan de nationale eindverbruikersprijzen van vooral olieproducten om het gemor in de nationale media te beteugelen. Getuige de agenda van de informele Europese raad van 23 en 24 april op Cyprus, lijken deze landen vervolgens wel te rekenen op de solidariteit van andere EU-landen in het beschikbaar maken van vooral schaarse kerosine en diesel mocht de bodem van de voorraden in zicht komen. Dat is wel heel krom, net als het omrijden om te tanken in buurlanden vanwege de prijsverschillen niet past bij het verminderen van de vraag in de EU. Daar valt ook nog heel wat ‘wat-doe-ik-in-een-crisis’ huiswerk te doen.
Twee maanden na de start van de blokkade van de Straat van Hormuz hebben ook financiële markten nog steeds moeite om de risico’s te prijzen. Inmiddels wijken lokale prijzen van ruwe olie en bepaalde olieproducten in Azië al sterk af van de officiële prijzen. Het geloof in een snel einde van de blokkades blijft sterk doorklinken in internationale markten, terwijl langzamerhand duidelijk wordt dat het repareren en/of opstarten van de activiteiten in de Golf tijd in beslag zal nemen. Hoe langer de afsluiting van Hormuz voortduurt, hoe moeilijker het wordt om met de inzet van strategische voorraden en beleidsmaatregelen de vraag te beperken zonder consumenten en de economie te raken. Momenteel wordt er veel gesproken over de hoge prijzen van motorbrandstoffen, wellicht met het oog op de zomervakantie periode. Echter een lang durende blokkade kan ook de voorbereidingen op het winterseizoen parten spelen door schaarste aan vloeibaar gas (LNG).
“Importeurs zijn momenteel dubbel getroffen, eerst door de blokkades van de Straat van Hormuz en vervolgens door de verminderde exporten uit Rusland”
De afsluiting van de Straat van Hormuz is sinds de jaren zeventig van de vorige eeuw terecht vaak aangehaald als het absolute horror energiescenario voor de wereld. Vaak werd daarmee de gevolgen voor de internationale oliemarkt bedoeld. Sindsdien zijn de Golfstaten niet alleen exporteurs van ruwe olie, maar zijn geraffineerde olieproducten (zoals diesel en kerosine), vloeibaar aardgas (LNG), ammoniak, chemische producten en andere industriële gassen aan het productie- en exportpalet toegevoegd. Tot het midden van de jaren negentig van de vorige eeuw was de Europese importafhankelijkheid van de Golf hoog. Deze importafhankelijkheid verschoof tot aan 2022/2023 naar Rusland en sindsdien naar de Verenigde Staten. Het stilvallen van leveranties uit de Golf van deze belangrijke brand- en grondstoffen voor verwerking en consumptie elders in de wereld zorgt ervoor dat de Hormuz crisis van een veel grotere proportie is dan ooit bedacht. Landen in Azië zijn de belangrijkste importeurs geworden van brand- en grondstoffen uit het Midden-Oosten. De prijsstijgingen van olie en gas sijpelen langzaam door naar andere sectoren en zorgen voor prijsstijgingen van voedsel tot medische hulpmiddelen.
En alsof dit niet genoeg stress voor het internationale economische systeem is, zorgen de recente aanvallen van Oekraïne op de energie-export infrastructuur in de Russische Oost- en Zwarte Zee havens voor extra leverantieproblemen van dezelfde soort vloeibare brand- en grondstoffen als zijn weggevallen in de Golf. Importeurs in Azië/Oceanië zijn daardoor dubbel getroffen, eerst door de blokkades van de Straat van Hormuz en vervolgens door de verminderde exporten uit Rusland. Door de sanctiemaatregelen van de EU vanaf 2022 op Russische olie en olieproducten waren het Midden-Oosten, India en China juist de spil in het verwerken en exporteren van deze olie en het herstellen van de balans in de markt. In maart konden vooral China en India nog olie en wat olieproducten kopen uit Iran, maar met de instelling van de dubbele blokkade is ook die stroom zo goed als opgedroogd. Inmiddels heeft Saoedi-Arabië wel de export via de West-oost pijpleiding en via de haven van Yanbu aan de Rode Zee flink weten op te voeren, maar compenseert het de Saoedische export van voor 28 februari maar ten dele. Nu maar hopen dat de rust in de Bab-El Mandab bewaard blijft en deze exportroute niet wordt beperkt door aanvallen of piraterij.
“Waar de VS gemakkelijk sancties tijdelijk opheft of verzacht vanwege de verschoven buitenlandse aandacht, ligt dat voor de EU heel anders vanwege de oorlog in Oekraïne”
De flexibiliteit in de internationale olie- en gasmarkten is enorm afgenomen door de gebeurtenissen en beleidsmakers helpen niet altijd mee de boel beter in balans te brengen. Zo wordt het wegvallen van de export uit vooral Qatar verergerd door een (achteraf) ongelukkig getimede beleidsmaatregel van de EU om met de import van Russische LNG te stoppen, waardoor de druk op leveranties uit andere landen omhoog gaat en aanbod uit Rusland elders naar toe moet. De noordelijke route biedt tijdens de zomer wellicht uitkomst om deze LNG naar Azië te vervoeren, maar in de winter niet. De opeenhoping van verstoringen in de handelsstromen en de (tijdelijke) oplossingen zijn niet altijd even efficiënt.
Waar de VS gemakkelijk sancties tijdelijk opheft of verzacht vanwege de verschoven buitenlandse aandacht, ligt dat voor de EU heel anders vanwege de oorlog in Oekraïne. Dat zorgt wel voor een opeenstapeling van problemen doordat er geen enkele flexibiliteit meer is in het beleveren van de Europese markt. Daar komen de restricties van de methaanrichtlijn nog bij, tenzij de uitvoering op het laatste moment nog flink versoepeld wordt zodat raffinaderijen hun termijnaankopen kunnen doen zonder de voorziene forse administratieve lasten of barrières zodat het aanbod van olieproducten in de wereld niet nog meer wordt beperkt.
De tweede energiecrisis in vier jaar tijd met betrokkenheid van een cruciale exporterende land of regio wordt een nog sterkere drijvende kracht in toekomstige investeringen in koolstofarme binnenlandse stroomproductie. Tegelijkertijd geeft het stof tot nadenken over de organisatie van oude en nieuwe kwetsbaarheden. De energietransitie is niet het duizenddingendoekje voor deze crisis, evenals de nationale reflex om prijscompensatie. Het IEA heeft niet alleen te maken met een olie- en gascrisis, maar ook met een gebrek aan politieke weerbaarheid van EU-landen in tijden van economische tegenslag. Het crisishuiswerk doen blijft actueel.