Zoeken

Energiekwartetten met de minderheidscoalitie

Auteur

Jan Paul van Soest

Zojuist is Jan Paul van Soest verwachtingsvol getuige geweest van de beëdiging van het nieuwe kabinet-Jetten. “Het is een interessant spel dat zich de komende jaren gaat ontvouwen: een minderheidskabinet dat voor veel voorstellen ter rechter- of ter linkerzijde steun moet zien te verwerven. Dat zou best vaak kunnen lukken, na zo’n 2 jaar stagnatie na de verkiezingen in november 2023 en een kabinet van saboteurs en brekebenen, dat in elk geval duidelijk maakte dat populistische roeptoeters willen noch kunnen besturen.”

Lezing van het coalitieakkoord en de politieke situatie doet vermoeden dat er ruimte voor aanpassingen en verbeteringen komt. ‘Verbetering’ is dan beleid dat meer broeikasgasemissies reduceert, de staat minder kost, de lasten eerlijker verdeelt c.q. meer bij de sterkste schouders neerlegt, en minder afhankelijk maakt van importen uit naargeestige regimes (Rusland, VS). Welke opties zouden in de komende paar jaar in discussie kunnen komen?

De sturing en de discussies daarover zouden eenvoudiger kunnen worden gemaakt door klimaatdoelen voor Nederland alléén betrekking te laten hebben op de non-ETS-sectoren. De mate van broeikasgasreductie in ETS sectoren wordt immers vooral bepaald door de hoogte van het Europese emissieplafond en het tempo waarin dat daalt. Voor de non-ETS-sectoren gaat het ETS2 in 2027 (of mogelijk 2028) in, dat creëert ook in die sectoren schaarste en een zekere CO2-prijs voor de energiedragers waar ETS2 op stuurt. Maar het zal nog wel even duren voor daar echt merkbare CO2-reducties uit voort komen. Daarom kan in de komende 10, 15 jaar een carbon takeback obligation (CTBO) een goed ‘systeeminstrument’ zijn dat daadwerkelijk regelt dat koolstofinhoud van nieuwe brandstoffen die op de markt worden gebracht niet in de atmosfeer belandt. De kosten zijn door te rekenen aan de gebruikers: de vervuiler betaalt. Dat betekent ook dat een reeks subsidies die vervuilers belonen als ze minder uitstoten omlaag kunnen. Een CTBO legt de verplichting om niet meer uit te stoten en de kosten om dat te realiseren immers direct neer bij marktpartijen. Dat maakt CO2-arme energie automatisch meer concurrerend.

“Met een robuust CBTO-instrument kunnen subsidies omlaag en kan het bespaarde geld denivellerende inkomenseffecten corrigeren”

Het instrument is uit te breiden naar andere, niet-fossiele koolstofstromen, zoals geïmporteerde biomassa, en niet te vergeten reststromen. Voor koolstofverbindingen betekent circulaire economie in wezen alleen dat de koolstofinhoud van producten en materialen na een of enkele cycli toch via het afval in de atmosfeer komt. Een CBTO voor de eindverwerkers (afvalverbrandingsinstallaties) stopt dat.

Met zo’n robuust instrument kunnen subsidies voor emissiereducties naar beneden, en kan het geld dat zo in de staatskas blijft gericht worden gebruikt om denivellerende inkomenseffecten te corrigeren. In het coalitieakkoord drukken veel lasten – niet alleen die voor klimaatbeleid - relatief meer op lagere dan op hogere inkomens. We kunnen het budget voor herverdeling nog wat verhogen als tot extra binnenlandse gaswinning wordt besloten om het bruine Trumpgas uit de VS te vervangen. Klimaattechnisch is dat een dubbelslag in combinatie met de CTBO: dan is niet alleen de klimaatvoetafdruk van binnenlands gas lager dan dat van importgas, maar ook de koolstofinhoud van de brandstoffen gaat niet meer de atmosfeer in, maar onder de grond (of wordt blijvend in materialen vastgelegd). Zo kunnen financiële middelen worden vrijgespeeld om de lagere inkomensgroepen te compenseren.

Alleen binnen GroenLinks-PvdA is nog wel wat discussie nodig: wat vindt de partij belangrijker? Een rechtvaardiger verdeling van lasten plus echte klimaatwinst, of een symbolische klimaatwinst in eigen land die door schaliegas-LNG-import weglekt, en die in totaal hogere energielasten met zich meebrengt? Kans voor open doel voor GL-PvdA zou je zeggen, en zo zijn er meer: als er minder op kernenergie wordt gemikt kan een deel van het daarvoor gereserveerde geld (14 miljard) in de zak worden gehouden en aan herverdeling en/of een nationaal besparingsbedrijf worden besteed. De voorgenomen 4 centrales – volgens TenneT is er sowieso maar ruimte op het net voor hooguit 2 stuks – zouden op zijn vroegst toch pas na 2035 CO2-vrije stroom kunnen leveren.

De partijen aan weerszijden van de coalitie kunnen, met een beetje politieke behendigheid, goede zaken doen. We gaan interessante tijden tegemoet.

Jan Paul van Soest

Jan Paul van Soest is partner bij De Gemeynt, samenwerkingsverband van adviseurs, denkers en entrepreneurs, zie www.gemeynt.nl