Zoeken

Verwevenheid van het energiesysteem compliceert crisisbeleid

Auteur

Coby van der Linde

De verwevenheid van de energie-economie van de lidstaten vergt een snelle actie om veel dieper inzicht te krijgen in de mogelijke gevolgen van beperkte aanvoer van olie en gas, stelt Coby van der Linde.

De Europese Commissie heeft inmiddels zes sanctiepakketten aan de lidstaten voorgelegd en door de besluitvorming geloodst. Het stopzetten van de import van Russische kolen, ruwe olie en olieproducten zijn onderdeel van deze sancties. Vanaf begin mei circuleerden al berichten dat Rusland op het zesde sanctiepakket zou reageren met het afknijpen van gasleveranties aan de lidstaten. Inmiddels is dat werkelijkheid geworden en komt er aanzienlijk minder gas uit Rusland naar de EU-lidstaten. Daarmee lijken de consequenties van de aanvaarding begin juni van het zesde sanctiepakket serieus. Het idee was om Rusland te treffen in de inkomsten uit de export van olie en olieproducten en daarmee de financiering van de oorlog te treffen, maar zoals al door velen is betoogd, door vergroting van de krapte in de oliemarkt – de sancties – nemen de inkomsten op korte termijn eerder toe dan af. De problemen voor de energie-economie van de EU nemen echter wel toe. De verwevenheid van de energie-economie van de lidstaten vergt een snelle actie om veel dieper inzicht te krijgen in de mogelijke gevolgen van beperkte aanvoer van olie, gas en olieproducten en deze inzichten transparant te maken.

“Bergingen zijn ontworpen als aanvulling op een basisaanbod aan aardgas en niet als volledige vervanging van leveringen”

De zorgen om de gasaanvoer kan betekenen dat de opslagen voor gas niet het gewenste niveau van minimaal 80% halen, terwijl ook de levering gedurende de winter ongewis is. Bergingen zijn ontworpen als aanvulling op een basisaanbod aan aardgas en niet als volledige vervanging van deze leveringen zodat pieken in de wintervraag kunnen worden opgevangen. Het is en blijft enorm ingewikkeld om in een uiterst krappe internationale gasmarkt op korte termijn het volume aan gas te vinden dat de pijpleidingenaanvoer uit Rusland voor een goed deel kan vervangen. De EU heeft zich op deze manier op de korte termijn nog kwetsbaarder gemaakt voor geopolitieke druk van Rusland. Ondanks de luide uitingen van solidariteit in het westerse kamp wordt het steeds spannender als zeer pijnlijke besluiten moeten worden genomen om de vraag naar aardgas drastisch te beperken. Daarbij is vooral het industriële gebruik van gas een mikpunt, omdat de Europese regels huishoudens, publieke diensten en zorginstellingen bescherming bieden, maar de industrie niet. Een dergelijke regel is te begrijpen vanuit verschillende kortstondige redenen van een aanvoercrisis, zoals het weer of technische omstandigheden, maar deze regels worden lastiger vol te houden in een langer durende situatie van beperkte energieaanvoer.

“Snappen we eigenlijk de grote verwevenheid van het energiesysteem wel?”

Welke industrie is vitaal voor de publieke dienstverlening en welke niet? Snappen we eigenlijk de grote verwevenheid van het energiesysteem wel? Beschikken we over voldoende informatie over de ketenafhankelijkheden en is deze informatie transparant, zodat de markt en overheid daarop kunnen acteren? Naast problemen met de aanvoer van gas ontstaan er ook aanvoerproblemen op het gebied van bepaalde olieproducten, waar de EU al een netto-importeur was voor aanvang van de oorlog in Oekraïne. Deze olieproducten zijn zowel van belang voor de transport- en distributiesector als ook als grondstof voor de industrie. Bovendien wordt aardgas gebruikt voor de productie van olieproducten en op olie gebaseerde grondstoffen voor de chemie. De ketenafhankelijkheid is enorm groot. De EU beschikt wel met enige vertraging over informatie over stromen van gas en olie tussen EU-lidstaten en derde landen, maar heeft niet de beschikking over meer fijnmazige informatie die nodig is voor besluitvorming in een crisissituatie, laat staan dat deze informatie transparant kan worden gedeeld met de markt. De VS hebben dat veel beter voor elkaar en publiceren bij een verstoring iedere dag op dezelfde tijd de informatie over beschikbaarheid van transport- en verwerkingscapaciteit.

“Ook de herschikking van de internationale olie- en gasmarkt naar de nieuwe omstandigheden kost tijd”

Het roept de pijnlijke vraag op of kennis van het EU-energiesysteem en het belang voor de samenleving van vandaag en morgen, wel voldoende is meegenomen in de besluitvorming over sancties, en of er wel voldoende serieus rekening is gehouden met de tegenreacties uit Rusland. Er wordt veelvuldig nadruk gelegd op het versnellen van de energietransitie. Deze lokroep in de toekomst is op enige termijn inderdaad de remedie voor een flinke vermindering van de structurele energie-importafhankelijkheid van Rusland. Maar op de kortere termijn, in de komende jaren, te beginnen met de aanstaande en de daaropvolgende winter, lijkt de roep op die van een energie-Lorelei, waardoor het economische schip van de EU in nood komt. Er zit namelijk een flink gat tussen wat we op kortere termijn aan gas, ruwe olie en olieproducten nodig hebben en wat er later aan nieuwe (bio)brand- en grondstoffen als alternatief beschikbaar komt, ook als alle investeringszeilen worden bijgezet, zoals REPowerEU voorschrijft. Ook de herschikking van de internationale olie- en gasmarkt naar de nieuwe omstandigheden kost tijd. Deze crisis komt gewoon te vroeg voor de EU omdat veel van de investeringsbeslissingen in alternatieven pas nu worden genomen en op zijn vroegst na 2025/2027 een begin van soelaas gaan bieden. Pas rond 2030 kan er sprake zijn van wat meer volume aan koolstofarme waterstof en biobrandstoffen, ervan uitgaande dat alle investeringen ook doorgang (kunnen) vinden.

“De ketenafhankelijkheid in en tussen Nederland, Duitsland en België is groot”

De ketenafhankelijkheid in en tussen Nederland, Duitsland en België is groot en de mogelijke prioritering van bepaalde sectoren zal veel lawaai geven. Het zou goed zijn om de komende tijd te gebruiken om veel beter zicht te krijgen op de mogelijke gevolgen van de verwachte energiekrapte. Daartoe zouden een paar scenario’s kunnen worden uitgewerkt. Daarbij is het van belang om ook de regionale gevolgen, bijvoorbeeld in Noordwest-Europa, met zijn diep geïntegreerde energiesysteem (gas, olie en elektriciteit) in kaart te brengen. Deze crisis heeft institutionele gebreken aan het licht gebracht in de wijze waarop informatie en kennis over de werking van het energiesysteem wordt gegenereerd en verwerkt, zodat in de huidige crisis adequaat gereageerd kan worden door overheden en marktpartijen. De luttele tijd die rest, moeten we gebruiken om dat te repareren zodat lidstaten niet vervallen in slecht geïnformeerde soloacties.

Coby van der Linde

Coby van der Linde is directeur van het Clingendael International Energy Programme (CIEP)