Zoeken

Klimaatbeleid moet weer milieubeleid worden

Auteur

Anton Buijs

Het energie- en klimaatbeleid is de afgelopen jaren losgezongen van de directe noden en zorgen van burgers. De sceptici die het allemaal onnodig, economisch onverstandig of zelfs onzin vinden, hebben het tij mee. Tijd voor een ander narratief, vindt Anton Buijs, dat duidelijk maakt dat een succesvolle energietransitie onmiddellijke en merkbare voordelen heeft voor mens en milieu.

Voorafgaand aan de Tweede Kamerverkiezingen constateerde menig volger van het politieke leven dat de meeste partijen weinig aandacht hadden voor ‘het klimaat’. Vooral in progressieve kringen vindt men dit onbegrijpelijk gezien de rampspoed die klimaatverandering met zich mee dreigt te brengen, op korte en zeker op langere termijn.

Mij bevreemdt de opstelling van die partijen niet. Klimaat is een lastig dossier waarmee je kiezers moeilijk kunt mobiliseren. Wie zich ophoudt in de energie- en klimaatbubbel vergeet het gemakkelijk, maar vraag je kiezers of ze klimaatbeleid belangrijk vinden, dan zal het antwoord van de Partij voor de Dieren tot de VVD in meerdere of mindere mate bevestigend zijn, maar andere thema’s zoals immigratie, wonen, zorg en onderwijs scoren momenteel bij de meesten (veel) hoger op de prioriteitenlijst. Wat ook niet helpt is dat de kosten van de transitie naar een duurzame energievoorziening steeds voelbaarder worden en de lasten niet eerlijk worden verdeeld. Dit alles was te merken aan de campagnes van met name de middenpartijen, inclusief het D66 van voormalig ‘klimaatdrammer’ en klimaatminister Rob Jetten, die inmiddels inziet dat je geen verkiezingen wint met alarmerende verhalen over klimaatverandering en een pleidooi voor ambitieuze maar helaas ook kostbare maatregelen.

De oorzaak van de betrekkelijk onverschillige houding van de meerderheid van het electoraat is deels semantisch van aard. ‘Klimaat’ is een containerbegrip geworden voor alles wat er mis is met ons leefmilieu, inclusief de hoofdthema’s die vroeger het milieubeleid bepaalden: lucht-, water- en bodemverontreiniging als gevolg van diverse soorten emissies. Dat leidt tot onduidelijkheid. Het zou volgens mij verstandiger zijn om de zaken goed uit elkaar te houden. Klimaatverandering is een mondiaal vraagstuk dat dus ook alleen mondiaal aangepakt kan worden. Daarbij moeten we bedenken dat Nederland en zelfs Europa althans qua emissies een bijrol spelen. Milieuverontreiniging is echter primair een lokaal en regionaal probleem, waarop we hier wel direct en beslissend invloed kunnen uitoefenen.

“U kunt beter de nadruk leggen op de lokale en snelle milieuvoordelen van specifieke maatregelen in plaats van de positieve maar nauwelijks meetbare invloed op klimaatverandering van diezelfde maatregelen”

Beide beleidsterreinen kunnen elkaar overlappen maar dat hoeft niet. Vergroening van de staalproductie bijvoorbeeld leidt niet alleen tot minder CO2-emissies maar ook tot minder uitstoot van schadelijke stoffen in de directe omgeving van de fabrieken. Een rioolwaterzuiveringsinstallatie is daarentegen alleen lokaal van belang. Voordat, een ander voorbeeld, de CO2-voetafdruk van elektrische auto’s nul is, moet er eerst tot 66.000 kilometer mee zijn gereden (voor wie daaraan twijfelt: lees de informatieve columns van Matthijs Meijer van Putten op Energiepodium). De gunstige invloed op de luchtkwaliteit is echter merkbaar, zodra de wagen de showroom heeft verlaten. Mij lijkt dat daarom een sterker argument voor de bevordering van elektrisch vervoer dan het klimaatnarratief.

Kortom, bestuurders, politici maar ook klimaatactivisten die burgers willen overtuigen van de noodzaak van klimaatbeleid, u kunt beter de nadruk leggen op de lokale en snelle milieuvoordelen van specifieke maatregelen in plaats van de weliswaar positieve maar nauwelijks meetbare invloed op klimaatverandering van diezelfde maatregelen. Daar zouden we het in het maatschappelijk debat dan ook vooral over moeten hebben.

Het is natuurlijk niet alleen een kwestie van framing. De snelle klimaatverandering en buitengewoon gevaarlijke gevolgen ervan zijn reëel, maar het verband tussen nationale maatregelen en de oplossing van het vraagstuk is ronduit zwak. De gestaag afnemende invloed van Europa op het wereldtoneel maakt het er wat dit betreft ook niet beter op. Gelukkig hoeft dat niet te betekenen dat we niets substantieels kunnen bijdragen aan de oplossing. Ik heb op deze plek al vaker geschreven dat het om tal van redenen verstandig is om onze energievoorziening te verduurzamen, maar dat onnatuurlijke klimaatverandering er maar één van is. Denk naast milieuverontreiniging aan het verminderen en spreiden van onze energieafhankelijkheid. De Russische agressie jegens Oekraïne heeft dit lange tijd veronachtzaamde thema naar de top van de prioriteitenlijst gekatapulteerd.

Minder afhankelijkheid betekent automatisch méér productie van duurzame energie in onze eigen achtertuin. Het ultieme doel is dat schone energiedragers de traditionele fossiele bronnen geheel uit de markt kunnen drukken. Lukt dat hier, dan zullen andere landen die voor hun energievoorziening afhankelijk zijn van olie- en gasproducerende landen graag ons goede voorbeeld volgen. Dat is ook goed nieuws voor het klimaat.

Makkelijker gezegd dan gedaan? Ongetwijfeld maar het ontbreekt niet aan bruikbare ideeën waarmee zowel de overheid als het bedrijfsleven hun voordeel kunnen doen.

Energiepodium staat er al jaren vol mee.

Anton Buijs

Anton Buijs is voormalig manager communicatie en public affairs van GasTerra en medeoprichter van Energiepodium.