Zoeken

Nieuwe rekenpartij gaat aanleg warmtenetten niet helpen

Auteur

Sible Schöne

De Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw), die medio volgend jaar van kracht gaat, geeft gemeenten de bevoegdheid om de levering van aardgas te stoppen in gebieden, waar zij zorgt voor een duurzaam alternatief voor aardgas. In het Besluit gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Bgiw) van 7 juli dit jaar heeft minister Keijzer uitgewerkt hoe dit praktisch in zijn werk moet gaan. Sible Schöne’s – niet al te grote – hoop was dat het kabinet ervoor zou kiezen om de voorwaarde te stellen dat voldoende woningeigenaren in het betreffende gebied de gekozen oplossing steunen.

Dezelfde dergelijke voorwaarde is vergelijkbaar met de eis aan woningcorporaties dat grootschalige renovaties alleen door mogen gaan als tenminste 70% van de huurders hiermee akkoord is. Dit is helaas niet het geval. In plaats daarvan is de eis bedacht dat in het betreffende warmtetransitiegebied voor ten minste 70% van de woningen de verwachte kosten niet uitstijgen boven de verwachte baten. Kortom een rekenpartij. Het is zeer de vraag of dit gaat helpen bij de aanleg van een warmtenet. Zeker omdat ook in de wet is vastgelegd dat een woningeigenaar altijd ervoor mag kiezen om gebruik te maken van de energie-infrastructuur voor elektriciteit, oftewel een warmtepomp.

De voorwaarde dat voldoende woningeigenaren de gekozen oplossing steunen is wat mij betreft heel logisch. Bewoners zijn immers de baas in de eigen woning en wensen serieus genomen te worden. Of het nu gaat om een warmtenet, een warmtepomp of een zeer lage temperatuur net met warmtepompen, het betekent in vrijwel alle gevallen dat er behoorlijk ingrijpende veranderingen in de woning moeten komen en dat de bewoner mee moet betalen. Het spreekt vanzelf dat bewoners hiermee alleen akkoord gaan als ze mee mogen beslissen. Voldoende steun bij de bewoners is ook cruciaal bij de praktische uitvoering van het besluit en de acceptatie door tegenstemmers.

Hoe zit dat met de aanpak die het kabinet heeft bedacht? Is het nog steeds de bedoeling om het merendeel van de woningeigenaren mee te krijgen voor de gekozen oplossing of wil het kabinet met deze wet gemeenten een instrument geven om een door de politiek gekozen oplossing door te drukken? Beide opties lijken me weinig reëel bij deze aanpak.

“Een rekenpartij als onderdeel van een vergunningaanvraag lijkt vooral een manier om meer tegenstand te organiseren, zeker als wordt uitgegaan van een theoretisch berekend verbruik”

Wat houdt de eis dat voor ten minste 70% van de woningen de verwachte kosten niet uitstijgen boven de verwachte baten eigenlijk concreet in? Die vraag kwam ter sprake tijdens een sessie van het NPLW/NPRES congres eind oktober dit jaar. Het ministerie blijkt nog te werken aan een uitwerking van de eis. Veel punten zijn nog onduidelijk.

Eerste vraag is of het bij de berekening gaat om het feitelijk gasverbruik of om het berekend verbruik, bijvoorbeeld op basis van het energielabel. Dat maakt nogal wat uit, ook voor de acceptatie door bewoners. Bij het berekend verbruik wordt bijvoorbeeld uitgegaan van de verwarming van de hele woning, terwijl het in de praktijk heel gangbaar is om te compartimenteren en alleen de woonkamer en de keuken te verwarmen. (Ter illustratie, bij de bepaling van het energielabel telt ook de kwaliteit van het glas in de slaapkamer mee, ook als je de hele winter met het raam open slaapt).

Andere vragen zijn bijvoorbeeld: Welke gasprijs hanteer je?; Hoe ga je om met het feit dat er behoorlijk grote verschillen zitten tussen de berekening van de kosten van een warmtenet van de verschillende adviesbureaus? Ga je uit van het huidige verbruik of van het gemiddeld gebruik de komende (pakweg) 30 jaar? Dat scheelt nogal omdat de komende jaren alle woningen moeten worden voorzien van de standaard isolatiemaatregelen en omdat het warmer wordt.

Of op het eerste gezicht misschien een vreemde vraag: hoe ga je om met airco’s? Eén op de drie huishoudens heeft inmiddels een airco. Uit recent onderzoek van Panasonic blijkt dat airco’s 70% van de tijd worden gebruikt voor verwarming. Dat scheelt al snel een paar honderd m3 gas per jaar. Hoe neem je dat mee in de rekenpartij?

Je kan kortom een hoop kanten op met zo’n berekening. Natuurlijk moet er door het warmtebedrijf worden gerekend om een aanbod te kunnen doen aan bewoners. Maar zo’n rekenpartij als onderdeel van een vergunningaanvraag lijkt mij vooral een manier om meer tegenstand te organiseren, zeker als uit wordt gegaan van een theoretisch berekend verbruik.

“Ik ben ervan overtuigd dat de aanleg van een warmtenet alleen lukt als bewoners echt een stem krijgen in het besluitvormingsproces”

Je kunt je ook afvragen hoe zo’n top – down aanpak in de praktijk gaat werken. Het komt erop neer dat de gemeenteraad in het Warmteprogramma een bepaald gebied aanwijst als warmtetransitiegebied en een bepaalde oplossing. Vervolgens moet de gemeente een vergunning aanvragen in het kader van de Omgevingswet om van haar afsluitbevoegdheid gebruik te mogen maken. Onderdeel hiervan zijn een MER-procedure en bovengenoemde rekenpartij. Dat duurt al snel twee jaar. Vervolgens is in de wet vastgelegd dat de woningeigenaren tenminste acht jaar de tijd krijgen om de noodzakelijke maatregelen in de woning te (laten) nemen. Denk ook aan koken, van aardgas naar inductie.

Hoe reëel is het om te verwachten dat woningeigenaren, die bij een dergelijke top- down benadering niet of nauwelijks serieus zijn genomen, ervoor kiezen zich aan te sluiten als het warmtenet een paar jaar na het politieke besluit wordt aangelegd en er nog jaren te gaan is voor het gas wordt afgesloten... Mijn inschatting is dat een belangrijk deel van de bewoners – positief geformuleerd - niet onmiddellijk in de meewerkstand zal schieten en op zijn best zal denken “het zal mijn tijd wel duren, we zien wel over een jaar of wat”. Zeker als de HR-ketel nog jaren meegaat en bewoners ook altijd nog kunnen kiezen voor een individuele warmtepomp of aansluiting op een later moment. Met alle gevolgen voor de rentabiliteit van het warmtenet.

Ik ben ervan overtuigd dat de aanleg van een warmtenet alleen lukt als bewoners echt een stem krijgen in het besluitvormingsproces. Ik denk ook dat beleidsmakers hier niet bang voor moeten zijn, omdat bewoners in veel buurten zelf ook zullen kiezen voor een warmtenet, als lucht/water warmtepompen het alternatief zijn. Zeker in buurten met kleinere woningen en tuinen. In vergelijking met een warmtenet zijn er bij dit alternatief veel forsere maatregelen nodig in de woning, de buitenunit en het opslagvat voor water nemen veel plek in, de eigen investeringen zijn een stuk hoger en het vastrecht op elektriciteit gaat waarschijnlijk fors omhoog. Dan wordt een warmtenet (of de combinatie van een zeer lage temperatuur net met warmtepompen) al snel een aantrekkelijker optie. Met zo’n boodschap moet je het gesprek toch durven aan te gaan.

Sible Schöne

Sible Schöne is Adviseur van HIER.