Zoeken

‘We zijn slachtoffer van de spreadsheet-mentaliteit’

Energiepodium-columnist Martien Visser vervolgt zijn loopbaan als actieve pensionado. Naar aanleiding van deze doorstart interviewde Anton Buijs hem. ‘Er is in Nederland geen energiearmoede maar energiebelastingarmoede’.

Martien Visser is een autoriteit in de wereld van de klimaat- en energiedeskundigen. Die status heeft hij grotendeels danken aan zijn rationele analyses, die zonder uitzondering gebaseerd zijn op het beginsel dat wie wil weten, eerst moet meten. Vrijwel dagelijks publiceert hij een grafiek op X en Blue Sky, die in één oogopslag duidelijk maakt hoe het ervoor staat met de kerndata van onze energievoorziening. Denk aan de hoeveelheid opgewekte duurzame energie in een bepaalde periode, de vulgraad van gasopslagen, het aandeel fossiele brandstoffen. In zijn publicaties laat Martien Visser zich kennen als een scherp observator van het nationale klimaat-en energiebeleid. Hij legt graag de vinger op vele zere plekken en spaart de vaak zwalkende en dromende beleidsmakers niet als daar aanleiding toe is. Tegelijkertijd vergeet hij nooit suggesties te doen hoe het zijns inziens beter kan.

Dit jaar nam Martien afscheid als lector energietransitie aan de Hanzehogeschool Groningen en manager strategie van Gasunie. Het bleek, zoals te verwachten viel, geen punt maar een komma achter zijn loopbaan. Hij blijft verbonden aan de Hanzehogeschool als emeritus lector en doet nog advieswerk voor Gasunie. Bovendien is hij sinds zijn pensionering als senior fellow verbonden aan het Clingendael International Energy Program (CIEP). Al met al een goede reden voor Energiepodium om onze columnist te interviewen.

De energietransitie is niet van vandaag of gisteren. Hoe beoordeel je de resultaten die tot nu zijn geboekt? Als een mislukking of valt het wel mee?

We zijn inderdaad al lang bezig en er is absoluut veel voortgang geboekt. Helaas waren sommige ideeën en plannen te optimistisch. Langzamerhand beginnen we te beseffen dat bepaalde zaken nu eenmaal tijd kosten. We zijn, vind ik, op dit punt slachtoffer van wat ik de spreadsheet-mentaliteit noem. Met een spreadsheet kun je heel gemakkelijk energie besparen. Je deelt gewoon de energievraag door twee. In de praktijk is het oneindig veel ingewikkelder om dat daadwerkelijk ook te doen. Je hebt beslissingen nodig, mensen, geld. Je hebt te maken met allerlei voorschriften, draagvlak, belangen, beperkingen. Bij de opwek van energie is het niet anders. Het is eenvoudig om 10 Gigawatt extra windenergie op zee in 2030 in te boeken, maar daar hoort wel een uitvoeringsplan bij. Dat heeft er nooit bijgezeten. Inmiddels weten we dat we dat doel nooit halen, althans niet snel.’

‘Begrijp me goed, ik heb niets tegen optimisme. Het is nodig om zaken in gang te zetten, maar je moet wel oog houden voor de realiteit. Dat is onvoldoende gebeurd.’

Wat is hiervan de diepere oorzaak? Er zijn toch op alle niveaus verstandige mensen bij dit proces betrokken. Wat gaat er mis?

Zoals gezegd, de uitvoering. Het is heel gemakkelijk om beleid te formuleren en (lacht) het is ook heel eenvoudig om een column te schrijven over hoe het moet. Maar de praktijk is weerbarstig en het is vooral heel tijdrovend om zaken ook echt voor elkaar te krijgen. Dat speelt niet alleen in de energietransitie. Zo’n plan om tien nieuwe steden te bouwen (van D66, red.), doet vermoeden dat ze geen idee hebben van de problemen die daarvoor moeten worden overwonnen. Inmiddels lijkt het dat ze daar zelf ook achter zijn gekomen. Hetzelfde geldt voor grootschalige, energietransitieprojecten.’

Zoals de noodzakelijke verzwaring van het stroomnetwerk…

‘Inderdaad. Deskundigen waarschuwden jaren geleden al voor problemen in het stroomnetwerk bij voortgezette elektrificering en de noodzaak om fors te investeren in capaciteit. Daar ging mijn inaugurale rede als lector aan de Hanzehogeschool in 2013 ook al over. Ik vind het een groot gemis dat dit tijdens de onderhandelingen over het Energie- en Klimaatakkoord nauwelijks een issue was. Een verklaring is de sfeer in die tijd. We moesten snel van het gas af. All electric was het devies. Wie zoals ik zei dat we niet te hard van stapel moesten lopen en dat hybride een verstandige tussenstap was, werd min of meer verketterd. Wat daarbij overigens niet hielp, is dat ik ook bij Gasunie werkte, dus was ik bij sommigen bij voorbaat verdacht. Dat is nog steeds merkbaar. Mensen die verstand hebben van de gasmarkt, vind je nu eenmaal vooral in de gassector, maar juist daarom wordt slecht naar hen geluisterd; we moeten immers van het gas af.’

‘Netbeheerders hadden veel steviger moeten waarschuwen dat als ze niet snel in actie konden komen, er zaken fout zouden gaan. Moeilijk, zeker, want iedereen wilde van het gas af, ook onder invloed van de toestand in Groningen en de gegroeide afhankelijkheid van Rusland. Maar het gebeurde niet of onvoldoende en het is nu een van de hoofdoorzaken van de opstopping in het elektriciteitsnet. Daardoor kán de industrie niet eens elektrificeren.’

En is Nederland meer dan ooit afhankelijk van gasimport…

Precies, van LNG, met name uit van de Verenigde Staten. De Noren leveren veel minder dan vroeger, want dat gas gaat primair naar Oost-Europa als compensatie voor het vrijwel wegvallen van Russisch pijpleidinggas. Hopen dus dat het allemaal goed gaat; zo doen we dat tegenwoordig.’

Qua zonne-energie is Nederland inmiddels wel koploper in Europa. Saldering is daarbij een enorme stimulans gebleken. Wat vind je van het besluit om die regeling te schrappen?

Geen goed idee. Dat salderen het stroomnet voor onmogelijke problemen stelt, kan ik bijna niet geloven. De staat wil graag dat we meer duurzame energie gebruiken. Mede dankzij al die zonnepanelen gebeurt dat ook en vervolgens klaagt men dat er te weinig belasting binnenkomt. Wat willen ze nou? Overigens vind ik het wel terecht dat er terugleverkosten zijn gekomen, zodat de kruissubsidie tussen mensen met zonnepanelen op hun dak en mensen die ze niet kunnen plaatsen, is beëindigd.’

Critici van de door jou bepleite hybride oplossingen betogen dat dit de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen verlengt. Klopt dit argument?

Er zijn ruwweg twee methoden om van fossiele brandstoffen af te komen. De eerste, die je de ideale methode zou kunnen noemen, is volledig elektrificeren. Dan moet je wel accepteren dat we niet klaar zijn in 2050 maar rond 2080 en de kosten zeer hoog zullen oplopen. De andere is een mengvorm van gas en elektrisch, hybride dus, zowel in de gebouwde omgeving als de industrie. Niet ideaal maar wel gemakkelijker en aanmerkelijk goedkoper te realiseren, terwijl de CO2-emissies veel sneller zullen dalen. Aanvankelijk zullen we daar vooral aardgas voor nodig hebben, maar in een later stadium kan dit vervangen worden door groen gas of waterstof of gecombineerd worden met andere duurzame mogelijkheden zoals warmteopslag. Dat betekent dat we in 2040 of 2050 het CO2-probleem grotendeels onder controle hebben. Voordeel is ook dat er genoeg ruimte op het stroomnet overblijft. Als alles eenmaal “gehybridiseerd” is, kun je nadenken over de laatste ingrepen die nodig zijn om geheel klimaatneutraal te worden.’

Trouwens: ik heb deze analyse een jaar of 10 geleden gemaakt met een jongeman die bij Stedin werkte. Hij heette Henri Bontenbal. Ergens moet nog een document rondslingeren waarin we aantonen dat je via de hybride route veel sneller je CO2-emissies reduceert. Het heeft niet mogen baten.’

Maar toch, de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen blijft bestaan in een hybride systeem, ook al is het dan voor kleinere hoeveelheden. We hebben recentelijk door het wegvallen van Russisch gas gezien hoe gevaarlijk dat is. De manier waarop de Amerikaanse president momenteel opereert, wekt evenmin vertrouwen. Moeten we die hogere kosten en langere transitie alleen al daarom niet op de koop toe nemen?

'Nee, dat vind ik niet. Het antwoord daarop is diversificatie. Het probleem met het Russisch gas was niet dat we er zoveel van importeerden, maar dat we geen alternatief hadden. Al ruim voor de oorlog in Oekraïne uitbrak, zag ik dat de Russen de bergingen niet meer vulden. Ik dacht aanvankelijk dat dit economische redenen had, maar achteraf kun je vaststellen dat dit gebeurde om Europa onder druk te kunnen zetten. Wij hadden één LNG-terminal, Gate, en Duitsland had er geen een. Waren er meer geweest, dan hadden we, toen het misging, direct elders gas kunnen inkopen. Nu brak er paniek uit en gingen de prijzen door het plafond.’

‘Voor een deel was dit te wijten aan het eenzijdige vertrouwen op de vrije markt, waardoor langetermijncontracten min of meer taboe waren verklaard. Het moest zo goedkoop mogelijk, wat uiteindelijk ten koste ging van de voorzieningszekerheid. De energiemarkt is helemaal geen echt vrije markt. Wij, de afnemers in Europa, geloven er wel in en geven de leveranciers zo de mogelijkheid hun machtspositie geopolitiek uit te nutten.’

Toch zijn de Russen op dit punt weinig succesvol geweest. Uiteindelijk was er genoeg gas beschikbaar.

Een geluk bij een ongeluk. Je zou kunnen stellen dat Poetin enorme pech heeft gehad dat de winters van 21/22 en het jaar daarop heel zacht waren. Als het een koude winter was geweest, hadden we wel anders gepiept. Maar dan nog. Europa heeft volgens ramingen 1.000 miljard euro uitgegeven om de maatschappelijke schade te verzachten. Volgens een andere schatting zijn 68.000 mensen overleden als gevolg van de gascrisis, vooral omdat ze hun huis niet warm durfden of konden krijgen.’

De steun voor de energietransitie is de laatste jaren verminderd. Politieke partijen hadden het tijdens de verkiezingscampagne nauwelijks over klimaat. Wat is er misgegaan?

Een van de oorzaken is het feit dat de gevolgen van in het verleden gemaakte fouten steeds voelbaarder worden. De problemen in de energiesector worden nu op het bordje van de burgers, bedrijven en publieke instellingen geduwd. Die kunnen geen kant op. Dit gaat ten koste van het draagvlak voor de energietransitie. De overheid zegt in feite dat ze de leveringszekerheid niet meer kan garanderen, terwijl betaalbare energie voor iedereen een recht is. We krijgen in plaats daarvan het advies om een overlevingspakketje aan te schaffen.’

Met name industriële bedrijven kunnen wel kiezen en ergens anders op de wereld investeren. Dat proces is al in gang gezet. Wat moet gebeuren om die bedrijven hier te houden?

Afgezien van het verlagen van de energiekosten is het nodig dat overheid en bedrijven goede maatwerkafspraken maken over de uitvoering en kosten van verduurzaming. In bepaalde gevallen is het verstandig joint-ventures te sluiten. Een goed voorbeeld daarvan is de manier waarop Zweden de vergroening van zijn staalproductie aanpakt. Het betrokken particuliere staalbedrijf en het staatsbedrijf Vattenfall hebben daarvoor een joint-venture opgezet. Onder invloed van de liberalisering van de energiemarkten zijn zulke samenwerkingsvormen uit de mode geraakt, maar in de huidige omstandigheden is het een prima instrument.’

‘Op Europees vlak moeten we nog een kritisch naar het ETS kijken. Het is een geniaal systeem, dat tot nu toe goed gewerkt heeft, maar de prijs van CO2 dreigt na 2030 veel te hoog op te lopen. Daardoor kunnen industriële bedrijven zwaar in de knel komen, doordat ze moeten concurreren met bedrijven buiten Europa die deze kosten niet hebben. Het Carbon Border Adjustment Mechanism, CBAM, dat bedacht is om dit concurrentienadeel op te heffen, is daarvoor niet geschikt. Het is niet of moeilijk af te dwingen en gemakkelijk te omzeilen. Daar komt bij dat de overheid het op dit punt nogal heeft laten afweten. Elektriciteit is duur en dreigt haar betrouwbaarheid te verliezen, er is tekort aan netwerkcapaciteit, er is geen waterstof en ook aan CO2-infra ontbreekt het. Bedrijven hebben helemaal geen kans om te verduurzamen!’

Je schrijft de laatste tijd geregeld over het navelstaren in de Nederlandse energiepolitiek. Waarom die speciale aandacht?

Nederland doet alsof er geen grensverkeer van energie is, terwijl we grote hoeveelheden exporteren. In oktober hebben we 12 procent van de Belgische stroombehoefte geleverd. Een flink deel van het gas dat we importeren gaat naar Duitsland. We zijn één markt; de prijzen zijn gelijk. Het is dus heel raar dat Nederland denkt dat we aan onze eigen behoefte kunnen voldoen door windmolens in de Noordzee te plaatsen. België en Duitsland hebben onvoldoende zee hiervoor. Die elektriciteit zal dus naar de gehele regio stromen, of we willen of niet. Europese regelgeving dwingt dit ook af.’

De energieprijzen in de betrokken landen zijn gelijk, maar niet voor de eindgebruiker helaas…

Klopt, maar dat komt alleen door de belastingen. Ik zeg wel eens: er is in Nederland geen energiearmoede maar energiebelastingarmoede. Daar hebben naast de industrie vooral de mensen met de smalste beurs last van. Die wonen vaak in slecht geïsoleerde huizen. Het gaat om honderdduizenden huishoudens. Om dit op te lossen, moeten we af van het huidige rondpompmechanisme: een hoge energiebelasting die deels gecompenseerd wordt met een vaste belastingvermindering. Maar die komt voor een belangrijk deel terecht bij degenen die dat helemaal niet nodig hebben. Ondertussen zijn huishoudens, instellingen en bedrijven die niet het geluk hebben in goed geïsoleerde woningen en gebouwen te zitten, de klos.’

Auteur: Anton Buijs