Wat zijn de hoofdpunten uit hun blog in ESB van 11 maart? De business case zou ontbreken, want schone staalproductie in Nederland zal duurder zijn dan bijvoorbeeld in Spanje of Zweden. Na de maatwerksubsidie aan Tata Steel Nederland (TSN) zullen nog vele honderden miljoenen extra nodig zijn. Het mogelijk belang van een staalfabriek vanwege strategische autonomie gaat hier niet op omdat maar 11% van de productie bestemd is voor Nederland. Maatwerkafspraken verstoren de markt en zijn staatssteunrechtelijk kwetsbaar. Omscholing van het personeel is goedkoper. De gezondheid van omwonenden is onvoldoende geborgd. Een slimmer alternatief zou zijn om groen staal Europees aan te besteden. De Nederlandse overheid kan de economie sterker maken door af te zien van steun aan TSN en de beschikbare middelen doelmatiger aan te wenden. Laten we het langslopen.
Ontbreekt de business case omdat staalproductie in Nederland duurder is dan elders? Jazeker is deze goedkoper in China, waar met staatssubsidies de productiecapaciteit enorm is en toeneemt. Het gaat de economen vooral om de kostenverschillen met Spanje of Zweden. Laten we daar het Midden-Oosten bijnemen. De groothandelsprijs voor elektriciteit in Zweden is lager dan die in Nederland en een bureau als AFRY verwacht dat dit de komende 10 jaar zal blijven. Bij Spanje is het ingewikkelder. Het aandeel zon en wind in de brandstofmix neemt er sinds 2019 snel toe (in Nederland overigens nog meer). Vooral zonne-energie is er relatief goedkoop. De Centrale Bank van Spanje berekende dat als het aandeel zon en wind in de periode 2019-2024 gelijk was gebleven, de groothandelsprijs 40% hoger zou zijn geweest. Maar soms waait het niet en schijnt de zon niet en daardoor hebben gascentrales overal in Europa een onevenredige invloed op de groothandelprijs – meer dan hun aandeel in de brandstofmix. Verder speelt in Spanje het vraagstuk van de kernenergie. Formeel is besloten dat een aantal kerncentrales de komende jaren dichtgaan. Ook zal interconnectie toenemen. Het al genoemde AFRY verwacht daarom dat de Spaanse groothandelsprijs de komende 10-15 jaar naar het Europese gemiddelde zal kruipen. En dat is niet het hele verhaal. De prijs die de industrie betaalt, wordt in steeds grotere mate ook door netkosten (zowel uitbreiding als kwaliteitsbeheersing), belastingen en andere heffingen bepaald. En hier gaat het in Spanje dramatisch slecht. Kosten voor het zorgen voor goede netkwaliteit bedroegen medio vorig jaar de helft van de groothandelsprijs. Er wordt minder dan de helft van het Europese gemiddelde in uitbreiding van netten geïnvesteerd.
“Brancheorganisatie Eurofer moet concluderen dat groen staal voorlopig een nichemarkt zal blijven”
In Zweden zijn de prijsverwachtingen laag en stabiel. Toch zegt dat weinig. Dat zien we als we kijken naar de voortgang van de projecten waarin in Europa in groen staal wordt geïnvesteerd. Daarin valt vooral op hoe deze afgeschaald, uitgesteld of stopgezet worden – in alle landen die ertoe doen. In Zweden is er sprake van twee grote investeerders, van het staatsbedrijf SSAB, deels in combinatie met de mijnbouwer LKAB, en van het nieuwe bedrijf Stegra. Van de drie projecten van SSAB/LKAB is degene met de grootste productiecapaciteit uitgesteld. Een tweede beperkt zich tot een interessante waterstofdemo. Stegra heeft een belangrijk vernieuwend project, maar worstelt om voldoende geld te krijgen, vooral door kostenoverschrijdingen; een vergelijking met de failliet gegane batterijfabrikant Northvolt wordt al gemaakt. In Spanje is het besluit voor het grootste verduurzamingsproject uitgesteld. In Duitsland zijn toegezegde subsidies teruggegeven, omdat projecten niet doorgaan. Ook in Frankrijk heeft ArcelorMittal een toegezegde subsidie teruggegeven. Van de projecten die in Europa nog gepland staan is die van TSN de grootste. De gehele Zweedse productiecapaciteit is minder dan die van TSN. Brancheorganisatie Eurofer moet concluderen dat groen staal voorlopig een nichemarkt zal blijven. We hebben de laatste week gezien hoe kwetsbaar het is voor productie uit het Midden-Oosten afhankelijk te zijn, er nog vanaf gezien dat men daar een ander type staal maakt dan in Europa wordt gevraagd. Dus waar de meer dan 100 economen doen voorkomen dat elders de kansen voor het oprapen liggen, ben ik bang dat dat erg tegenvalt en dat Nederland in zijn handen mag knijpen dat een Indiaas bedrijf als Tata Steel vertrouwen in investeringen in Nederland heeft. Dat goed naar de business case gekeken moet worden, is evident. De Rijksoverheid heeft daar in de Joint Letter of Intent ook aandacht aan besteed.
Dat er nog honderden miljoenen later bij zouden moeten, had een aantal ondertekenaars eerder in ESB opgemerkt. In een nawoord heeft het ministerie van (toen) Klimaat en Groene Groei daarop geantwoord. Kern daarvan was dat elk bedrijf op elk moment een beroep mag doen op generieke ondersteuning. Maar als er eenmaal een definitief contract met TSN is, is de specifieke kous voor het ministerie daarmee af. Evident moet in een definitieve maatwerkafspraak meer aandacht worden besteed aan een betere invloed op de gezondheid van omwonenden. Niet voor niets wordt 600 miljoen van de maximaal 2 miljard subsidie hieraan besteed. En als er geen subsidie komt, komt er minder verbetering van de gezondheid. Door regelgeving is dat wel te beïnvloeden, maar veel trager en in mindere mate.
“Brancheorganisatie Eurofer moet concluderen dat groen staal voorlopig een nichemarkt zal blijven”
Terecht merken de economen op dat idealiter zo'n steunvraag Europees opgepakt zou worden. Maar in die ideale wereld leven we nog niet. Ze merken ook op dat Duitsland voornemens is de groothandelsprijs naar 5 c/kWh te brengen, veel lager dan de Nederlandse. Omdat dit niet gecombineerd mag worden met de zogenaamde tegemoetkoming van de indirecte kosten voor aankoop van CO2-emissierechten in het ETS – die bedrijven meer oplevert en die ook de Nederlandse regering voornemens is in stand te houden – is de verwachting dat het aantal grote bedrijven dat hiervan gebruik zal maken beperkt is. Maar het is zo bedreigend voor het level playing field dat de Oostenrijkse regering zich gedwongen ziet hetzelfde te doen. Dus de voornemens van de Nederlandse regering zijn hier eerder voorzichtig. Hoe meer Europese afstemming, des te beter, maar voordat we voor ondersteuning een Europese tender zullen hebben zijn we veel jaren verder.
Tenslotte het argument dat TSN voor de Nederlandse industrie niet zo belangrijk is, omdat 90% van de productie wordt geëxporteerd. Elders wordt gesteld dat we dit soort vragen Europees moeten bezien. Met dat laatste ben ik het eens. Relevanter is dat meer dan twee-derde van de productie van TSN naar de rest van Europa gaat. De economen kunnen niet enerzijds een Europese aanpak voorstaan en anderzijds het belang van TSN voor alleen Nederland beoordelen.
Kortom, ik ben maar een enkele econoom, maar meen toch dat veel van de argumenten die 117 economen gebruiken bij nader inzien niet sterk en soms tegenstrijdig zijn. Belangrijk lijkt me dat een zeer substantiële reductie van broeikasgasemissies wordt bereikt tegen een prijs die veel lager is dan momenteel met generieke subsidies wordt gerealiseerd. Ik zou het argument over het belang van deze ondersteuning willen omdraaien. We hebben gezien dat grote industriële bedrijven nauwelijks nog geïnteresseerd zijn in Nederland te verduurzamen. Laten we blij zijn dat er een Indiaas bedrijf is die dat nog wel van plan is. Laten we de Rijksoverheid sterkte toewensen in het sluiten van een goed contract. En dat daarna het bedrijf in staat is de license to operate, die ze bij omwonenden en toezichthouders zijn kwijt geraakt, terug te winnen.