Zoeken

Dringen in de wachtrij

Auteur

Martien Visser

Stedin, Enexis en Alliander stelden onlangs vast dat de wachtrijen voor extra capaciteit op hun netwerk ondanks enorme investeringen verder zijn toegenomen. Een paar weken eerder kondigde TenneT een aansluitstop aan tot 2033, het kan ook 2035 worden, voor nieuwe woningen in Gelderland, Flevoland en Utrecht aan komt. Toenmalig minister Hermans toonde zich “zeer ontstemd”. Andermaal blijkt het Nederlandse elektriciteitsnetwerk niet toegerust op wat we ervan vragen. Andermaal blijkt dat de plannenmakers een veel te optimistische kijk hebben op het energiesysteem, waardoor waarschuwingen in de wind zijn geslagen. Terwijl de nationale stroomvraag nota bene niet eens is gestegen. Energiebeleid moet je niet aan optimisten toevertrouwen, blijkt wederom volgens Martien Visser.

De maatschappelijke kosten in Nederland door tekort aan netwerkcapaciteit lopen inmiddels in de tientallen miljarden. In een normale markt stijgen de prijzen bij schaarste, waardoor vraag en aanbod bij elkaar komen. Dat geldt niet voor netwerktarieven. De ACM heeft bepaald dat capaciteit voor invoeding van elektriciteit gratis is, terwijl aan afnamezijde een vast tarief geldt. Het resultaat is een wachtrij waar zelfs de oude communistische regimes van zouden opkijken.

Netbeheerders handelen capaciteitsaanvragen van oudsher af op basis van first-come-first-served. Degenen die er vroeg bij waren hebben dus geluk. Degenen die wat later kwamen hebben pech en krijgen regelmatig te horen dat ze meer dan tien jaar moeten wachten, zonder zekerheid wanneer ze daarna aan de beurt komen. Het leidt tot schrijnende toestanden.

Dit first-come-first-served principe zal worden aangepast. De ACM heeft daartoe een schema met prioriteiten opgesteld. Bovenaan staan capaciteitsaanvragen die het netwerk effectief ontlasten, zogenaamde congestieverzachters. Op de tweede plaats komen aanvragen die bijdragen aan onze veiligheid: politie, defensie, hulpdiensten, ziekenhuizen, douane en bijvoorbeeld de riolering. Vervolgens zijn afnemers aan de beurt die voorzien in basisbehoeften zoals woningbouw, onderwijs, openbaar vervoer en ook de gasopslagen.

“Waarom het KNMI en afvalcentrales niet onder veiligheid valt en warmtenetten en groen gas producenten geen congestieverzachters zijn, is mij onduidelijk”

Er is ook een heel belangrijke buitencategorie: de extra capaciteitsvraag door bestaande afnemers. Huishoudens hebben veelal een aansluiting van 17 kW. Dat is fijn als je koffie wilt zetten, terwijl de oven opwarmt, de wasmachine draait en je partner elektrisch het gras maait. In de praktijk gebeurt dat zelden en zeker niet in alle huishoudens tegelijk waardoor huishoudens zelfs in de piek gemiddeld maximaal circa 2 kW gebruiken. Op landelijk niveau is dat zelfs nog minder want 8 miljoen huishoudens zou een piekverbruik van 16 GW geven voor alleen de huishoudens, terwijl het totale Nederlandse piekverbruik op een koude winterse dag circa 20 GW is.

Huishoudens veranderen echter. Dankzij hun aansluitcapaciteit van 17 kW kunnen ze simpel een airco, een warmtepomp, een elektrisch kooktoestel en een laadpaal toevoegen. Apparaten die veelal wel tegelijk worden gebruikt. Hierdoor stijgt het piekverbruik van gemiddeld minder dan 2 kW per huishouden tot een veelvoud daarvan. Netbeheerders moeten daar rekening mee houden in hun planning. Niet alleen met wat er nu al staat, dat valt nog wel mee, maar ook wat er de komende jaren nog bijkomt. Het voorstel om per 2029 (hybride) warmtepompen verplicht te stellen, heeft aldus direct invloed op de toename van de netbelasting van bestaande gebruikers en daardoor op de hoeveelheid capaciteit die nog voor nieuwe aanvragen beschikbaar is. Het maakt daarbij trouwens veel uit of er vooral hybride exemplaren zullen komen, met relatief weinig netbelasting op koude dagen, of volledige elektrische exemplaren met dan juist een groot verbruik.

De tweede buitencategorie vormen de internationale verbindingen. Ook die vallen buiten de regie van de netbeheerders. De EU heeft in 2019 besloten, met instemming van Nederland, dat die verbindingen voor tenminste 70% moeten worden vrijgehouden voor internationale stroomhandel en dat binnenlandse knelpunten geen reden mogen zijn hieraan te tornen. Met andere woorden: internationale stroomhandel heeft prioriteit op nationale aanvragen. Tot en met 2025 waren nog uitzonderingen mogelijk, maar dat is anno 2026 voorbij.

Terug naar de prioriteiten. Logischerwijs probeert iedereen zo hoog mogelijk op de prioriteitenlijst te komen. We zien dat nu al. Zo wordt het RIVM onder veiligheid gerangschikt, terwijl AZC’s en huisvesting van arbeidsmigranten onder de maatschappelijke basisbehoeften vallen. Waarom het KNMI en afvalcentrales niet onder veiligheid valt en warmtenetten en groen gas producenten geen congestieverzachters zijn, is mij onduidelijk. En waarom vormen Tata steel, ASML en Thales geen onderdeel van defensie? Vreemd is ook dat voedselproductie en supermarkten niet tot de basisbehoeften worden gerekend? Die staan toch niet bovenaan de piramide van Maslow en moesten zelfs tijdens het hoogtepunt van Covid blijven functioneren. Hier zal dus nog stevig over worden gediscussieerd.

“Over de consequenties van de gemaakte keuzes is het dan ook akelig stil. We doen maar wat, zo lijkt het”

Ik heb begrip voor de huidige keuzes die ACM maakt. Wat niet wegneemt dat het best bijzonder is dat de ACM deze taak van de wetgever heeft gekregen, zonder dat zelfs maar is vastgelegd waar ze op moet sturen. Op maximale benutting van het netwerk? Op minimale maatschappelijke kosten? Op maximale CO2-reductie per MW toegewezen netwerkcapaciteit? Of op minimale maatschappelijke onrust en maximaal politiek draagvlak? Zegt u het maar. Een minister moet daarover verantwoording afleggen aan de Tweede Kamer en kan worden gecorrigeerd. De ACM is zelfstandig.

Ondertussen wordt de situatie voor degenen die niet op het lijstje staan steeds uitzichtlozer. Discussies gaan over wie eerst aan de beurt komt en niet over wie daardoor nog langjarig in onzekerheid moet afwachten. Over de consequenties van de gemaakte keuzes is het dan ook akelig stil. We doen maar wat, zo lijkt het. Het ene ministerie vindt dat we allemaal elektrisch moeten gaan rijden. Het andere eist dat de industrie elektrificeert en het derde stelt elektrische warmtepompen verplicht, liefst allemaal meteen. Terwijl steden enerzijds klagen dat ze door netwerkschaarste geen nieuwe woningen meer kunnen bouwen, stellen ze tegelijk elektrisch vrachtvervoer verplicht, inclusief bijbehorende laadfaciliteiten. Terwijl netbeheerders angstig kijken naar het piekverbruik tussen 17 en 21 uur, propageren anderen elektrisch koken. Evenzo wil de nieuwe coalitie de binnenlandse wachtrijen snel beperken, maar streeft ze tegelijk naar uitbreiding van internationale verbindingen. Allemaal begrijpelijk, maar niet alles kan tegelijk. Best vreemd dat de overheid zich vervolgens “zeer ontstemd” toont wanneer de consequenties van haar eigen handelen duidelijk worden.

Ondertussen dreigt de Nederlandse economische bedrijvigheid het grootste slachtoffer te worden. Met mooie woorden schrijft de coalitie primair in te zetten op elektrificatie daarvan, maar in de praktijk belandt het Nederlandse verdienvermogen helemaal onderaan de wachtlijst. Een belangrijke taak voor de nieuwe minister van economische zaken en klimaat om daar verandering in te brengen. Om tegelijk orde in deze chaos te brengen. Geef aan waarop primair gestuurd wordt om als eerste op te pakken. Geef daarbij ook concreet aan wie daardoor nog (veel) langer moeten wachten en houdt daar dan ook rekening mee. Aan de netbeheerders voorts de oproep niet alleen achteraf vast te stellen dat er geen huizen meer kunnen worden gebouwd en de wachtrij toeneemt, maar de effecten van beleidsvoornemens hierop voor besluitvorming publiekelijk heel helder te communiceren. Het zal leiden tot beter beleid en voorkomt nare verrassingen en zeer ontstemde ministers.

Martien Visser

Martien Visser is als Senior Fellow verbonden met het Centre of International Energy Policy (CIEP) in Den Haag. Hij is emeritus-lector Energietransitie aan de Hanzehogeschool Groningen / Entrance. Voor zijn pensionering werkte Martien daarnaast als manager Strategie bij Gasunie, waar hij thans nog een adviesfunctie heeft. Martien schrijft zijn columns op persoonlijke titel. Martien is met zijn ‘grafiekvandedag’ actief op X (@BM_Visser) en BlueSky (bmvisser.bsky.social).